<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:1815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T08:34:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/00620</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2021:2884" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2021:2884</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2022:960" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:960</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2024:2880" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/terugverwijzing" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Terugverwijzing naar: ECLI:NL:GHDHA:2024:2880</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2023/21</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2023/10</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2023/11</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2022-0242</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2023/52 met annotatie van mr. C. van Oort</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1815">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-06T08:53:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:1815 Hoge Raad , 06-12-2022 / 21/00620</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:1815:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 36d Sr. Onttrekking aan het verkeer van Medion computer toereikend gemotiveerd? HR: hof heeft t.a.v. de onttrekking overwogen dat “een geenszins denkbeeldige kans” bestaat dat er op die computer kinderpornografisch materiaal staat, omdat niet blijkt dat het onderzoek door de politie van die computer zodanig volledig is geweest dat voldoende kan worden uitgesloten dat daarop nog – verborgen of alleen bij uitvoeriger onderzoek traceerbaar – kinderpornografisch materiaal staat. Daarmee heeft hof zijn oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de computer in strijd is met de wet of met het algemeen belang, ontoereikend gemotiveerd. Ook de enkele door hof in aanmerking genomen omstandigheid dat verdachte de computer heeft gebruikt voor het maken van back-ups van de computer van het merk HP Pavilion, met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan en waarop zich kinderpornografische afbeeldingen bevonden, kan dat oordeel niet dragen. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. Vervolg op HR:2018:2143.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:1815:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>21/00620 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>6 december 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2021, nummer 22-004697-18, in de strafzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] ,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A. Kaarls, advocaat te ’s–Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft het bevel tot onttrekking aan het verkeer van een computer van het merk Medion, en in zoverre tot zodanige op art. 440 lid 2 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen, en tot verwerping van het beroep voor het overige. </para>
      <para>De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat een computer van het merk Medion aan het verkeer dient te worden onttrokken.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2. Daaruit blijkt dat het hof, na een eerdere vernietiging door de Hoge Raad, alleen nog te beslissen had over een inbeslaggenomen computer. Het hof heeft die computer aan het verkeer onttrokken en daarover het volgende overwogen:</para>
        <para>“Het hof is van oordeel dat er een geenszins denkbeeldige kans bestaat dat er − ondanks het reeds uitgevoerde onderzoek door de politie − op deze aan de verdachte toebehorende computer kinderpornografisch materiaal staat. Het hof heeft hierbij in overweging genomen dat de verdachte deze computer − zo heeft hij zowel tegenover de politie (blz. 81 van het zaaksproces-verbaal) als ter terechtzitting in hoger beroep verklaard − heeft gebruikt voor het maken van back-ups van de computer van het merk HP Pavilion. Met behulp van de computer van het merk HP Pavilion is − zo blijkt uit het arrest van dit gerechtshof van 22 november 2016 – het bewezenverklaarde begaan. Het hof merkt daarbij op dat uit het dossier niet blijkt dat het onderzoek van de computer door de politie zodanig volledig is geweest dat op grond van de daaruit voortvloeiende bevindingen voldoende uitgesloten kan worden dat daarop nog kinderpornografisch materiaal aanwezig is. Daarbij zou het bijvoorbeeld kunnen gaan om (in verborgen bestanden) verborgen materiaal of om materiaal dat alleen bij een uitvoeriger onderzoek kan worden getraceerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van het hof is gelet op het voorgaande de onder nummer 6 op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen vermelde computer, merk Medion, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit is aangetroffen en kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten − op grond van artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht − vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Toepasselijke wettelijke voorschriften</para>
        <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>BESLISSING </para>
        <para>Het hof: </para>
        <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep − voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen − en doet opnieuw recht: </para>
        <para>beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: </para>
        <para>6. 1.00 STK Computer KI: Grijs, Medion PC MT7.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 36d van het Wetboek van Strafrecht luidt:</para>
        <para>“Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het hof heeft geoordeeld dat de inbeslaggenomen en niet teruggegeven computer van het merk Medion van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en dat deze computer daarom vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. Het hof heeft daartoe overwogen dat “een geenszins denkbeeldige kans” bestaat dat er op die computer kinderpornografisch materiaal staat, omdat niet blijkt dat het onderzoek door de politie van de computer van het merk Medion zodanig volledig is geweest dat voldoende kan worden uitgesloten dat daarop nog – verborgen of alleen bij uitvoeriger onderzoek traceerbaar – kinderpornografisch materiaal staat. Daarmee heeft het hof zijn oordeel dat het ongecontroleerde bezit van de computer van het merk Medion in strijd is met de wet of met het algemeen belang, ontoereikend gemotiveerd. Ook de enkele door het hof in aanmerking genomen omstandigheid dat de verdachte de computer van het merk Medion heeft gebruikt voor het maken van back-ups van de computer van het merk HP Pavilion, met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan en waarop zich kinderpornografische afbeeldingen bevonden, kan dat oordeel niet dragen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Het cassatiemiddel slaagt. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het tweede cassatiemiddel </title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof;</para>
      <para>- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag zodat de zaak wat betreft de beslissing ten aanzien van het inbeslaggenomen voorwerp opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">6 december 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>