<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:1649</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:08:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/03632</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2022:859" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:859</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2020:3015" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2020:3015</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/1115</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2022-0230</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1649">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1649</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-15T11:37:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:1649 Hoge Raad , 15-11-2022 / 20/03632</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:1649:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Medeplegen aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet). Beroep op overmacht in de zin van noodtoestand en ontbrekende pleitnota in hoger beroep. Pleitnota die in p-v van tz. in h.b. is vermeld, ontbreekt bij stukken die aan HR zijn gezonden, zodat niet valt na te gaan wat raadsman ten grondslag heeft gelegd aan het in middel bedoelde verweer. Daarom kan HR niet beoordelen of verwerping door hof van verweer toereikend is gemotiveerd. Volgens inlichtingen die AG heeft ingewonnen, kan dit verzuim niet meer worden hersteld. Gevolg daarvan is dat onderzoek en naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn.</para>
        <para>Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/03633.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:1649:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer </emphasis>20/03632 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>15 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2020, nummer 23-003601-18, in de strafzaak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste cassatiemiddel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het tweede cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het beroep op overmacht in de zin van noodtoestand.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 oktober 2020 houdt het volgende in:</para>
        <para>“De raadsman voert het woord tot verdediging en doet dit aan de hand van zijn pleitnotities, waarvan de inhoud als hier ingevoegd geldt. Deze pleitnotities worden aan het hof overgelegd en in het dossier gevoegd.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De pleitnota die in het proces-verbaal is vermeld, ontbreekt bij de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden, zodat niet valt na te gaan wat de raadsman ten grondslag heeft gelegd aan het in het cassatiemiddel bedoelde verweer. Daarom kan de Hoge Raad niet beoordelen of de verwerping door het hof van het verweer toereikend is gemotiveerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Volgens de inlichtingen die de advocaat-generaal heeft ingewonnen, kan dit verzuim niet meer worden hersteld. Het gevolg daarvan is dat het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak nietig zijn. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Het cassatiemiddel is gegrond.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het derde cassatiemiddel</title>
    <para>Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof;</para>
      <para>- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">15 november 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>