<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:1603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:07:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/04095</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2022:614" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:614, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2021:2004" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2021:2004, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/1063</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2023/83</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1603">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-11T13:41:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:1603 Hoge Raad , 11-11-2022 / 21/04095</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:1603:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Financieel recht. Klachten over omkeringsregel bij aansprakelijkheidsprocedure over renteswaps.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:1603:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/04095</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	11 november 2022</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1. SWAPSCHADE B.V., </para>
    <para>optredend als gevolmachtigde van verweerders 2 tot en met 11,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>2. De vennootschap onder firma [de vof], alsmede haar vennoten [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3], gevestigd respectievelijk wonende te [woonplaats],</para>
    <para>3. [eiser 3], wonende te [woonplaats],</para>
    <para>4. LOTUS IMPORT NEDERLAND B.V., gevestigd te Lochem,</para>
    <para>5. NUSA INDA B.V., gevestigd te Haarlem,</para>
    <para>6. De commanditaire vennootschap [de cv], alsmede haar beherend vennoot [betrokkene 4], gevestigd respectievelijk wonende te [woonplaats],</para>
    <para>7. BMA BEHEER B.V., gevestigd te Numansdorp, gemeente Hoeksche Waard,</para>
    <para>8. [eiser 8] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
    <para>9. DE PILAAR B.V., gevestigd te Amersfoort,</para>
    <para>10. [eiser 10], zaakdoende te [vestigingsplaats],</para>
    <para>11. [eiser 11] handelende onder de naam [A], zaakdoende te [vestigingsplaats],</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>EISERS tot cassatie,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: Swapschade c.s.,</para>
    <para>advocaat: aanvankelijk A.C. van Schaick en thans D. Rijpma,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ABN AMRO N.V.,<?linebreak?>gevestigd te Amsterdam, </para>
    <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
    <para>hierna: ABN Amro,</para>
    <para>advocaat: F.E. Vermeulen.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>de vonnissen in de zaak C/13/649063 / HA ZA 18-578 van de rechtbank Amsterdam van 23 januari 2019 en 17 juli 2019;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het arrest in de zaak 200.266.830/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2021.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>Swapschade c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para>ABN Amro heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.</para>
    <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor ABN Amro mede door  C.F.B.</para>
    <para>Groot Rouwen. </para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
    <para>De advocaat van Swapschade c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- verwerpt het beroep;</para>
      <para>- veroordeelt Swapschade c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN Amro begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op <emphasis role="underline">11 november 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>