<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:1601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T23:58:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/03878</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2022:541" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:541, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2021:1235" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2021:1235, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/1059</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2023-0011</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2023/6</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1601">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-11T12:14:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:1601 Hoge Raad , 11-11-2022 / 21/03878</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:1601:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad; bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Onjuiste en misleidende informatie door vennootschap in brochure voor uitgifte van obligaties.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:1601:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>CIVIELE KAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/03878</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	11 november 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>EISER tot cassatie,</para>
      <para>hierna: [eiser],</para>
      <para>advocaat: J.W. de Jong,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>3. [verweerder 3], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>4. [verweerder 4], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>5. [verweerder 5], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>6. [verweerder 6], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>7. [verweerder 7], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>8. [verweerder 8], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>9. [verweerder 9] B.V., [vestigingsplaats],</para>
      <para>10. [verweerder 10], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>11. [verweerder 11], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>12. [verweerder 12], wonende te [woonplaats],</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>13. [verweerder 13], rechtsopvolger van [A],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>14. [verweerder 14], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>15. [verweerder 15], wonende te [woonplaats],	</para>
      <para>16. [verweerder 16], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>17. [verweerder 17], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>18. [verweerder 18], wonende te [woonplaats], Duitsland,</para>
      <para>19. [verweerder 19], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>20. [verweerder 20] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>21. [verweerder 21], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>22. [verweerder 22], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>23. [verweerder 23] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>24. [verweerder 24], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para />
      <para>en</para>
      <para />
      <para>25. [verweerder 25], wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>hierna: [verweerder 25],</para>
      <para>advocaat: B.I. Kraaipoel,</para>
      <para />
      <para>en</para>
      <para />
      <para>26. [verweerder 26], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>27. [verweerder 27], wonende te [woonplaats], België,</para>
      <para>28. [verweerder 28], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>29. [verweerder 29], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>30. [verweerder 30], wonende te [woonplaats],</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para />
      <para>verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30 gezamenlijk aan te duiden als: [verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30], </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>het vonnis in de zaak C/09/548616/HA ZA 18-219 van de rechtbank Den Haag van 22 januari 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het arrest in de zaak 200.278.515/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 juni 2021.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>
        [verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30] hebben geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>
        [verweerder 25] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.</para>
      <para>De zaak is voor [verweerder 25] toegelicht door zijn advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
      <para>De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- verwerpt het beroep;</para>
      <para>- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30] begroot op nihil, en tot op deze uitspraak aan de zijde van    [verweerder 25] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op                          <emphasis role="underline">11 november 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>