<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:1271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:30:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/02338</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2022:340" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:340, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2020:2474" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2020:2474, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2022-1076</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/841</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2022/268</rdf:li>
          <rdf:li>JIN 2022/176 met annotatie van Vos, R. de, Vis, A. van der</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2022-1076</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1271">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1271</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-23T12:33:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:1271 Hoge Raad , 23-09-2022 / 21/02338</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:1271:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontslag op staande voet. Miskenning van eisen die worden gesteld aan de mededeling van de reden voor ontslag op staande voet?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:1271:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CIVIELE KAMER</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/02338</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	23 september 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>BESCHIKKING</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [werknemer],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,</para>
      <para>hierna: [werknemer],</para>
      <para>advocaat: S.F. Sagel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [werkgever] B.V.,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats], kantoorhoudende te [vestigingsplaats], </para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,</para>
      <para>hierna: [werkgever],</para>
      <para>advocaat: H.J.W. Alt.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">1.	Procesverloop</bridgehead>
    <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de beschikking in de zaken 7834556 \ VZ VERZ 19-12943 en 7859671 \ VZ VERZ 19-13691 van de kantonrechter te Rotterdam van 20 september 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de beschikkingen in de zaak 200.271.248/01 van het gerechtshof Den Haag van                     15 december 2020 en 2 maart 2021.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>
        [werknemer] heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>
        [werkgever] heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.</para>
      <para>De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">2.	Beoordeling van het middel in het principale beroep</bridgehead>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
      <para>Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de beschikkingen van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">3.	Beslissing</bridgehead>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het principale beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt [werknemer] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [werkgever] begroot op € 913,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de [werknemer] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op <emphasis role="underline">23 september 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>