<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2022:1234</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:18:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/02024</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2022:259" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:259, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2021:136" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2021:136, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/832</rdf:li>
          <rdf:li>PR-Updates.nl PR-2022-0175</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2023/16 met annotatie van J. van Slooten</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1234">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:1234</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-16T10:41:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2022:1234 Hoge Raad , 16-09-2022 / 21/02024</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2022:1234:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Pensioenrecht. Opzeggen uitvoeringsovereenkomst met ondernemingspensioenfonds; nalaten aanbieden schadevergoeding; onrechtmatige daad; leemte; redelijkheid en billijkheid; toepassing maatstaf Alcatel-arrest (ECLI:NL:HR:2016:1134); eigen schuld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2022:1234:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/02024</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	16 september 2022</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1. KONINKLIJKE FRIESLANDCAMPINA N.V.,<?linebreak?>gevestigd te Amersfoort, </para>
    <para />
  </parablock>
  <parablock>
    <para>2. FRIESLANDCAMPINA NEDERLAND B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Amersfoort, </para>
    <para />
  </parablock>
  <parablock>
    <para>3. FRIESLANDCAMPINA KIEVIT B.V,<?linebreak?>gevestigd te Meppel, </para>
    <para />
  </parablock>
  <para>4. ZUIVELCOÖPERATIE DELTAMILK B.A.,<?linebreak?>gevestigd te Molenlanden, </para>
  <parablock>
    <para>EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna in enkelvoud: FrieslandCampina,</para>
    <para>advocaten: S.F. Sagel en I.L.N. Timp,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>STICHTING PENSIOENFONDS CAMPINA,<?linebreak?>gevestigd te Woerden, </para>
    <para>VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna: SPC,</para>
    <para>advocaten: B.T.M. van der Wiel en N.T. Dempsey.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>het vonnis in de zaak 6766533 / CV EXPL  18-10871 van de rechtbank Rotterdam van 3 mei 2019;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het arrest in de zaak 200.264.906 van het gerechtshof Den Haag van 9 februari 2021.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>FrieslandCampina heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. SPC heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld.</para>
    <para>Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. </para>
    <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor FrieslandCampina mede door E.M.T. Huijzer, en voor SPC mede door S.H.J. de Bruijn.</para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep tot verwerping.</para>
    <para>De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het  namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de </para>
      <para>ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt FrieslandCampina in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SPC begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FrieslandCampina deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="italic">in het incidentele beroep:</bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt SPC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FrieslandCampina begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SPC deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op <emphasis role="underline">16 september 2022</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>