<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:855</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:11:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/01423</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:43" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:43, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2021/1810</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2021/641</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:855">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:855</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-11T14:29:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:855 Hoge Raad , 11-06-2021 / 20/01423</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:855:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Vraag of voorwaarde waaronder het incidentele hoger beroep is ingesteld, is vervuld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:855:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	20/01423</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum  </emphasis>	11 juni 2021</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BESCHIKKING</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [de vrouw],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], Turkije,</para>
    <para>VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna: de vrouw,</para>
    <para>advocaat: M.J. van Basten Batenburg,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [de man],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
    <para>VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna: de man,</para>
    <para>advocaat: M.A.M. Wagemakers.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>de beschikkingen in de zaak C18/134885/FA RK 12-1429 van de rechtbank Noord-Nederland van  15 april 2014, 27 mei 2014, 9 september 2014, 24 maart 2015 en 16 februari 2016;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beschikkingen in de zaken 200.191.615/01 en 200.191.616/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 augustus 2017, 30 november 2017, 28 juni 2018 en 23 januari 2020.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof van 23 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para>De man heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
    <para>Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt in het principale cassatieberoep tot vernietiging en verwijzing en in het incidentele cassatieberoep tot verwerping.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Uitgangspunten en feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.</para>
        <para>(i) Partijen zijn in 2001 in Turkije met elkaar gehuwd. Zij zijn meteen daarna in Nederland gaan wonen.</para>
        <para>(ii) In 2014 is in Nederland tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De vrouw verzoekt, voor zover in cassatie van belang, te bepalen dat de man als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud een bedrag van € 995,-- per maand dient te voldoen, alsmede vaststelling van de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap. De rechtbank heeft bepaald dat de man aan de vrouw dient te voldoen 1) een bedrag van € 569,-- per maand aan partneralimentatie, en 2) de bedragen van € 27.759,86 en € 11.750,--, alsmede dat hij de bruidsschat aan haar dient af te geven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De man heeft principaal hoger beroep ingesteld. De vrouw heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd op het punt van de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk, deze vernietigd op het punt van de alimentatiebeslissing en de partneralimentatie bepaald op € 210,-- per maand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het hof<footnote-ref linkend="_9a6866bb-9faa-4729-a325-44c8d7f118dc" /> heeft in zijn eindbeschikking onder meer overwogen: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“2.13 Uit het voorgaande volgt dat de grieven van de man op het punt van de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk (grieven III, IV en V) falen. Daaruit volgt dat de voorwaarde voor het incidenteel hoger beroep van de vrouw als omschreven op bladzijde 22 van haar verweerschrift/incidenteel hoger beroepschrift, niet in vervulling is gegaan.”</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Onderdeel 1 van het middel in het principale beroep klaagt dat onbegrijpelijk is het oordeel van het hof dat de voorwaarde waaronder de vrouw het incidentele hoger beroep had ingesteld, niet in vervulling is gegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Deze klacht slaagt. De vrouw heeft op bladzijde 22 van haar verweerschrift onder het kopje ‘voorwaardelijk incidenteel beroep’ aangevoerd:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Hoewel de vrouw kan instemmen met de uitkomst van de procedure in eerste aanleg, namelijk dat haar verzoeken (grotendeels) zijn toegewezen, meent zij toch ook hoger beroep te moeten instellen (…), waar het gaat om het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de verkoopopbrengst van de voormalige echtelijke woning (…). Dit alleen indien en voor zover uw Gerechtshof mocht menen dat de voornoemde beschikking niet in stand kan blijven.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien het hof in het principale hoger beroep de bestreden beschikking op het punt van de partneralimentatie heeft vernietigd, is onbegrijpelijk zijn oordeel dat de voorwaarde waaronder het incidentele hoger beroep is ingesteld, niet in vervulling is gegaan. Deze voorwaarde is immers niet beperkt tot het niet in stand blijven van de beschikking van de rechtbank op het punt van de vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De overige klachten in het principale beroep en de klachten van het middel in het incidentele beroep kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep</emphasis>
      </para>
      <para>- vernietigt de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2020;</para>
      <para>- verwijst het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep</emphasis>
      </para>
      <para>- verwerpt het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op <emphasis role="underline">11 juni 2021</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9a6866bb-9faa-4729-a325-44c8d7f118dc" label="1">
    <para>Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:653.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>