<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:29:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/01406</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:307" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:307</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2021-0153</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2021/1649</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2021/608</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:769">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-05-25T16:04:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:769 Hoge Raad , 25-05-2021 / 20/01406</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:769:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Caribische zaak. Schietpartij in Curaçao. Rechter neemt per audioverbinding deel aan onderzoek ttz. HR: Rijkswet Gemeenschappelijk HvJ noch enige andere in Curaçao geldende wettelijke bepaling voorziet in mogelijkheid dat rechter die (mede) de zaak behandelt niet fysiek aanwezig is op tz. maar d.m.v. een audioverbinding deelneemt aan het onderzoek ttz, zodat moet worden aangenomen dat (Rijks)wetgever die mogelijkheid niet heeft willen bieden. Leidt niet tot cassatie nu ttz alleen het onderzoek is gesloten. N.a.v. CAG merkt HR op dat i.c. niet sprake was van een situatie a.b.i. ECLI:NL:HR:2020:2037 waarin de fysieke afwezigheid van de rechter rechtstreeks samenhing met de uitbraak van de epidemie van COVID-19. Volgt verwerping. Samenhang met 19/04942.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:769:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	20/01406 C</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>		25 mei 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 24 oktober 2019, nummer H-176/2018, in de strafzaak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte], </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het derde cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat op de terechtzitting van 4 oktober 2019 de rechter mr. H. de Doelder niet fysiek op de terechtzitting aanwezig was, maar via een audioverbinding heeft deelgenomen aan de terechtzitting terwijl deze rechter het vonnis tegen de verdachte mede heeft gewezen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop in hoger beroep is samengevat in de conclusie van de advocaat-generaal onder 32. In het bijzonder is van belang dat blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep de inhoudelijke behandeling van de zaak tegen de verdachte heeft plaatsgevonden op 20 juni 2019, waarna op 26 september 2019 het onderzoek zonder enige inhoudelijke behandeling is onderbroken tot 4 oktober 2019. Blijkens dat proces-verbaal is het onderzoek ter terechtzitting vervolgens op 4 oktober 2019 buiten aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsvrouw hervat en onmiddellijk daarna gesloten. Dat proces-verbaal houdt met betrekking tot de terechtzitting van 4 oktober 2019 het volgende in:</para>
        <para>“Na voortzetting van het onderzoek op 4 oktober 2019 zijn tegenwoordig:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>mr. M.C.B. Hubben 		voorzitter,</para>
        <para>mrs D. Radder en H. de Doelder (laatstgenoemde via een audioverbinding met Nederland),						rechters,</para>
        <para>mr. M.L.A. Angela, 		procureur-generaal,</para>
        <para>en mr. T.M.A.D. de Lanoy, 		griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzitter deelt mede dat de griffier op 3 oktober 2019 telefonisch contact heeft gehad met de raadsvrouw mr. M.C. Vaders en dat de raadsvrouw toen heeft medegedeeld dat de verdachte [verdachte] opnieuw afstand doet van zijn recht om bij de sluiting van het onderzoek op 4 oktober 2019 aanwezig te zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede dat de uitspraak van het Hof zal plaatsvinden ter terechtzitting van 24 oktober 2019 te 13:45 uur.”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het voor de beoordeling van het cassatiemiddel van belang zijnde wettelijk kader is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 30, 31 en 38.</para>
      <paragroup>
        <nr>2.4.1</nr>
        <para>De Rijkswet Gemeenschappelijk Hof van Justitie noch enige andere in Curaçao geldende wettelijke bepaling voorziet in de mogelijkheid dat de rechter die (mede) de zaak behandelt niet fysiek aanwezig is op de terechtzitting maar door middel van een audioverbinding deelneemt aan het onderzoek ter terechtzitting, zodat moet worden aangenomen dat de (Rijks)wetgever die mogelijkheid niet heeft willen bieden. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4.2</nr>
        <para>Gelet hierop is het cassatiemiddel in zoverre terecht voorgesteld. Dit hoeft echter niet tot cassatie te leiden. Nu blijkens het onder 2.2 vermelde procesverloop op 4 oktober 2019 alleen de sluiting van het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden (buiten aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsvrouw), valt zonder nadere toelichting - die in de schriftuur niet is gegeven - niet in te zien welk rechtens te respecteren belang de verdachte heeft bij vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling.</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Naar aanleiding van het gestelde in de conclusie van de advocaat-generaal onder 45 en 46 merkt de Hoge Raad op dat in het onderhavige geval niet sprake was van een situatie, zoals bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 15 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2037, waarin de fysieke afwezigheid van de rechter rechtstreeks samenhing met de uitbraak van de epidemie van COVID-19. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige</title>
    <para>De Hoge Raad heeft ook de overige klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat ook deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof</title>
    <para>De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van zestien jaren.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
      <para>- vermindert deze in die zin dat deze vijftien jaren en negen maanden beloopt;</para>
      <para>- verwerpt het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">25 mei 2021</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>