<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:15:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-03-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/00117</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:52" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:52</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2021-0048</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2021/728</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2021/320</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-03-02T09:13:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:332 Hoge Raad , 02-03-2021 / 21/00117</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening n.a.v. aanvraag AG bij HR. Tijdig ingetrokken klacht door klachtgerechtigde als nieuw gegeven i.d.z.v. art. 457 Sv. HR verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verklaart het OM zelf n-o in de vervolging van de gewezen verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/00117 H</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>		2 maart 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op een aanvraag van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, van 18 mei 2020, nummer 16-067048-20, gewezen in de strafzaak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [veroordeelde] , </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De uitspraak waarvan herziening is gevraagd</title>
    <para>De politierechter heeft de gewezen verdachte ter zake van - kort gezegd - vernieling, gepleegd op 14 maart 2020, veroordeeld tot een taakstraf van 24 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis, waarvan 12 uren, subsidiair 6 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De aanvraag tot herziening</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De aanvraag tot herziening is gedaan door advocaat-generaal E.J. Hofstee. Zijn daartoe ingediende vordering, die aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt, strekt tot vernietiging van het vonnis van de politierechter en tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van de gewezen verdachte.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat de vader van de gewezen verdachte, als de tot klacht gerechtigde, zijn eerder ingediende klacht overeenkomstig het bepaalde in artikel 67 van het Wetboek van Strafrecht tijdig heeft ingetrokken en dat de politierechter bij het onderzoek op de terechtzitting daarmee niet bekend was. Ter onderbouwing daarvan wordt in de aanvraag gewezen op een aan de procureur-generaal van het parket bij de Hoge Raad gerichte brief van hoofdofficier van justitie R.T.C.N. Jeuken van 23 november 2020. Deze brief houdt in - samengevat - dat de vader van de gewezen verdachte op 20 maart 2020 zijn klacht heeft ingetrokken maar dat het daarvan opgemaakte proces-verbaal abusievelijk niet in het dossier terecht is gekomen dat de politierechter ter beschikking stond.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de aanvraag</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, volgens artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv alleen dienen een met stukken onderbouwd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Wat door de advocaat-generaal in zijn aanvraag is vermeld, geeft steun aan de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in artikel 457 lid 1, aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is. Omdat na verwijzing geen ander oordeel mogelijk zal zijn dan dat het vonnis van de politierechter van 18 mei 2020 zal worden vernietigd en het openbaar ministerie in de vervolging van de gewezen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal deze verwijzing achterwege blijven en zal de Hoge Raad zelf het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van de gewezen verdachte.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak waarvan herziening is gevraagd;</para>
      <para>- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de gewezen verdachte [veroordeelde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">2 maart 2021</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>