<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:1991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-24T11:07:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/03328</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1991">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-23T16:47:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:1991 Hoge Raad , 24-12-2021 / 21/03328</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:1991:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>HR verklaart het beroep in cassatie n-o.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:1991:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/03328</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum </emphasis>24 december 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen de uitspraak op het verzet van de Rechtbank Den Haag van 9 juli 2021, nrs. SGR 20/7290 V, SGR 20/7292 V en SGR 20/7294 V.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft ter zake van betaling van het verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.</para>
      <para>De griffier van de Hoge Raad (hierna: de griffier) heeft op 21 september 2021 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij is meegedeeld dat aan de hand van de door haar verstrekte gegevens kan worden geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de criteria voor betalingsonmacht en dat daarom niet kan worden afgezien van het heffen van griffierecht. Tevens is daarin meegedeeld dat bij niet-tijdige betaling van het griffierecht het beroep in cassatie niet-ontvankelijk kan worden verklaard.</para>
      <para>De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 28 september 2021 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&amp;Trace van PostNL afgehaald op de afhaallocatie. Het griffierecht is niet voldaan.</para>
      <para>De griffier van de Hoge Raad heeft op 27 oktober 2021 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in het digitaal dossier van belanghebbende is eveneens op 27 oktober 2021 een notificatie verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven emailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 27 oktober 2021. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
      <para>De Hoge Raad is van oordeel dat geen grond aanwezig is voor het oordeel dat belanghebbende met het achterwege laten van betaling van griffierecht niet in verzuim is. In het bijzonder kan niet aan de hand van de in cassatie overgelegde gegevens worden geconcludeerd dat heffing van het ingevolge de wet verschuldigde bedrag aan griffierecht het voor belanghebbende onmogelijk, althans uiterst moeilijk, maakt om beroep in cassatie in te stellen.<footnote-ref linkend="_a5493983-3416-41de-ab39-12e1c0187638" /></para>
      <para>Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb nietontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Proceskosten</title>
    <para>De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a5493983-3416-41de-ab39-12e1c0187638" label="1">
    <para> 	ECLI:NL:HR:2015:354.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>