<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:1952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:24:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/02556</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:725" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:725, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2020:1379" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2020:1379, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/82</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1952">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1952</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-24T13:15:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:1952 Hoge Raad , 24-12-2021 / 20/02556</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:1952:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Is verkoper gebonden aan afspraken met makelaars over verkoop benedenwoning en meewerken aan verkoop bovenwoning? Beroep op schriftelijkheidsvereiste (art. 7:2 lid 1 BW). Geldt voorwaarde op grond van art. 6:23 BW als vervuld? Matiging contractuele boete.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:1952:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	20/02556</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	24 december 2021</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [eigenaar woning],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],  </para>
    <para>EISERES tot cassatie, verweerster in het incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna: [eigenaar woning],</para>
    <para>advocaat: N.C. van Steijn,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para>1. [makelaar 1],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],	</para>
  <para>2. [makelaar 2],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],	</para>
  <para>3. [makelaar 3],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],	</para>
  <parablock>
    <para>VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: [makelaars],</para>
    <para>advocaat: J. van Weerden.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>de vonnissen in de zaak C/13/617795 / HA ZA 16-1098 van de rechtbank Amsterdam van 28 december 2016, 15 november 2017 en 13 december 2017;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het arrest in de zaak 200.231.377/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 mei 2020.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>
      [eigenaar woning] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. </para>
    <para>
      [makelaars] hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld.</para>
    <para>Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
    <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. </para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.</para>
    <para>De advocaat van [eigenaar woning] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep </title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt [eigenaar woning] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [makelaars] begroot op € 415,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eigenaar woning] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="italic">in het incidentele beroep:</bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt [makelaars] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eigenaar woning] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [makelaars] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op <emphasis role="underline">24 december 2021</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>