<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:1906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-14T10:11:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/04851</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:639" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:639, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2022/30</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1906">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-17T10:35:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:1906 Hoge Raad , 17-12-2021 / 19/04851</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:1906:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Auteursrecht. Geschil tussen uitgeverijen van leerroutes en bedrijf dat lesmateriaal op tabletcomputers aanbiedt. Niet-ontvankelijkheid wegens niet voldoen aan eisen art. 3:305a BW? Kunnen didactische keuzes auteursrechtelijk beschermd zijn? Toepassing ‘totaalindrukken-maatstaf’. Auteursrechtelijke bescherming van verschillende elementen van leerroutes.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:1906:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	19/04851</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	17 december 2021</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <para>1. GEU, voorheen GROEP EDUCATIEVE UITGEVERIJEN,<?linebreak?>gevestigd te Amsterdam, </para>
  <para>2. L.C.G. MALMBERG B.V.,<?linebreak?>gevestigd te 's-Hertogenbosch, </para>
  <para>3. UITGEVERIJ ZWIJSEN B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Tilburg, </para>
  <parablock>
    <para>EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: GEU c.s.,</para>
    <para>advocaat: S.M. Kingma,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para>1. STICHTING SNAPPET,	</para>
  <para>2. SNAPPET B.V,	</para>
  <para>3. SNAPPET NEDERLAND B.V.,	</para>
  <para>4. SNAPPET HOLDING B.V.,<?linebreak?>alle gevestigd te Utrecht,	</para>
  <parablock>
    <para>VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: Snappet c.s.,</para>
    <para>advocaat: M.E. Bruning.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>de vonnissen in de zaak C/09/452181 / HA ZA 13-1128 van de rechtbank Den Haag van 13 augustus 2014, 19 november 2014 en 9 november 2016;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het arrest in de zaak 200.217.444/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 juli 2019.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>GEU c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. </para>
    <para>Snappet c.s. hebben (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld.</para>
    <para>Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
    <para>De zaak is voor partijen mondeling en schriftelijk toegelicht door hun advocaten, voor GEU c.s. mede door Chr. A. Alberdingk Thijm en S.C. van Schaik, en voor Snappet c.s. mede door         F.F. Blokhuis.</para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en tot verwerping van het incidenteel cassatieberoep.</para>
    <para>De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Als de in het principale beroep in het ongelijk gestelde partij dienen GEU c.s., en als de in het incidentele beroep in het ongelijk gestelde partij dienen Snappet c.s., te worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.</para>
        <para>Snappet c.s. hebben op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd tot een bedrag van € 84.942,--.     </para>
        <para>Van toepassing zijn de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad, zoals die luiden sinds 1 april 2017. Deze zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een complexe zaak. </para>
        <para>Ingevolge die tarieven bedraagt voor de verweerder het maximumtarief voor een complexe zaak met re- en dupliek en een Borgersbrief € 45.000,--. Nu van een bijzonder geval als bedoeld in punt 7 van de Indicatietarieven geen sprake is, zal een bedrag van € 45.000,-- worden toegewezen.</para>
        <para>Het incidentele beroep voor zover onvoorwaardelijk ingesteld, heeft uitsluitend betrekking op het beloop van de ingevolge art. 1019h Rv toe te wijzen proceskosten. De kosten die worden gemaakt om die kosten te doen vaststellen, vallen niet onder het bereik van art. 1019h Rv en worden begroot met toepassing van het liquidatietarief.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt GEU c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Snappet c.s. begroot op € 882,34 aan verschotten en € 45.000,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien GEU c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="italic">in het incidentele beroep:</bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt Snappet c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GEU c.s. begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Snappet c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op <emphasis role="underline">17 december 2021</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>