<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:1559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:46:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/01299</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:978" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:978</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2021-0323</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2021/2823</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2021/1050</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2021/350</rdf:li>
          <rdf:li>JM 2022/21 met annotatie van Pieters, S.</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1559">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-18T13:48:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:1559 Hoge Raad , 19-10-2021 / 21/01299</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:1559:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Beklag, beslag ex art. 94 Sv op hond onder klaagster t.z.v. verdenking van dierenmishandeling door ex-partner van klaagster waarmee zij nog samenwoont. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu tegen vonnis waarbij inbeslaggenomen hond verbeurd is verklaard geen h.b. is ingesteld? HR ambtshalve: Uit door AG ingewonnen inlichtingen bij Rb blijkt dat hond waarvan klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van Rb in strafzaak tegen ex-partner is verbeurdverklaard. Tegen dit vonnis is geen h.b. ingesteld, zodat dit onherroepelijk is. Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing t.l.v. ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Indien gerecht, gelet op art. 552b.2 Sv, niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevat klaagschrift dient het te bepalen dat griffier stukken zal zenden naar tot die behandeling wel bevoegd gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is vonnis met daarin verbeurdverklaring van hond pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat klaagschrift moet worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. HR zal met vernietiging van beschikking Rb zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het ex art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht. </para>
        <para>HR vernietigt beschikking Rb en bepaalt dat stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar Rb. CAG (anders): Door verbeurdverklaring is beslag beëindigd, zodat klaagster niet in cassatieberoep kan worden ontvangen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:1559:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/01299 B</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>		19 oktober 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 15 maart 2021, nummer RK 21/001524, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [klaagster], </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,</para>
      <para>hierna: de klaagster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van klaagster in haar beroep.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij een op 8 februari 2021 ter griffie van de rechtbank Noord-Holland ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is namens de klaagster om teruggave verzocht van een op 2 februari 2021 onder haar inbeslaggenomen hond. Daartoe is namens de klaagster gesteld dat die hond haar toebehoort. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 15 maart 2021 ongegrond verklaard.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Noord-Holland, zoals vermeld in zijn conclusie onder 3, blijkt dat de hond waarvan de klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 juli 2021 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] is verbeurdverklaard. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Indien dat gerecht, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In dit geval is het vonnis met daarin de verbeurdverklaring van de genoemde hond pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van de rechtbank de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het op grond van het tweede lid van artikel 552b Sv bevoegde gerecht.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de beschikking van de rechtbank;</para>
      <para>- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Noord-Holland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">19 oktober 2021</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>