<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:1453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:48:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/01337</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2020:24" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2020:24, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:272" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:272, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2021/988</rdf:li>
          <rdf:li>RN 2022/2</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2021/918</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2022-0060</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1453">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-08T11:24:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:1453 Hoge Raad , 08-10-2021 / 20/01337</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:1453:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Besluit tot verlaging van verplichte uittredingsleeftijd van vennoten. Ontbreken van compensatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dan wel onrechtmatig? Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid. Omvang van de schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:1453:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	20/01337</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	8 oktober 2021</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HAB HOLDING B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Amsterdam,  </para>
    <para>EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna: HAB,</para>
    <para>advocaat: J.H.M. van Swaaij,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para>1. [verweerster 1] B.V.,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats],	</para>
  <para>2. [verweerster 2] B.V.,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats],	</para>
  <para>3. [verweerder 3],<?linebreak?>gevestigd te [woonplaats],	</para>
  <para>4. [verweerder 4],<?linebreak?>gevestigd te [woonplaats],	</para>
  <parablock>
    <para>VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: [verweersters],</para>
    <para>advocaat: A.C. van Schaick.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>het vonnis in de zaak C/13/598948 / HA ZA 15-1107 van de rechtbank Amsterdam van 24 augustus 2016;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de arresten in de zaak 200.199.167/01 van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2016, 19 december 2017, 19 of 20 maart 2019 (hierna: de rolbeslissing)  en 7 januari 2020.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>HAB heeft tegen de arresten van het hof van 19 december 2017 en 7 januari 2020 en de rolbeslissing beroep in cassatie ingesteld. [verweersters] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.</para>
    <para>Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
    <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. </para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.</para>
    <para>De advocaat van HAB heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de middelen in het principale beroep </title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten en de rolbeslissing van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten en rolbeslissing. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
      <para>Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat een van de klachten in het principale beroep slaagt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het principale beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt HAB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien HAB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op <emphasis role="underline">8 oktober 2021</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>