<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2021:1232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:53:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21/02230</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2021:714" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:714, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2021/2414</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2021/874</rdf:li>
          <rdf:li>FJR 2021/66.19</rdf:li>
          <rdf:li>FJR 2021/66.17</rdf:li>
          <rdf:li>JGz 2021/77 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1232">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2021:1232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-10T13:46:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2021:1232 Hoge Raad , 10-09-2021 / 21/02230</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2021:1232:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wvggz. Zorgmachtiging. Medische verklaring niet ondertekend. Mocht rechtbank zorgmachtiging verlenen? HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1143.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2021:1232:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	21/02230</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	10 september 2021</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BESCHIKKING</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [betrokkene],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
    <para>VERZOEKSTER tot cassatie,</para>
    <para>hierna: betrokkene,</para>
    <para>advocaat: G.E.M. Later,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT OOST-BRABANT,</para>
    <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
    <para>hierna: de officier van justitie,</para>
    <para>niet verschenen.</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
    </para>
    <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/01/367653/FA RK 21-517 van de rechtbank Oost-Brabant van 24 februari 2021. </para>
    <para>Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. </para>
    <para>De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht. </para>
    <para>De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank.
</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Uitgangspunten en feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.</para>
        <para>(i) De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht een zorgmachtiging op de voet van art. 6:4 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) te verlenen ten aanzien van betrokkene. </para>
        <para>(ii) Bij het verzoekschrift zijn onder meer de bevindingen van de geneesheer-directeur en een medische verklaring gevoegd. </para>
        <para>(iii) De medische verklaring is niet ondertekend.   </para>
        <para>(iv) In de bevindingen van de geneesheer-directeur is onder meer het volgende vermeld:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“De geneesheer-directeur heeft zich ervan vergewist dat de authenticiteit en de onafhankelijkheid van de medische verklaring is gewaarborgd middels ondertekening van deze bevindingen van de geneesheer-directeur.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De rechtbank heeft in de bestreden beschikking een zorgmachtiging verleend. De rechtbank heeft, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat afwijzing van het verzoek bepleit, omdat niet is gebleken dat de medische verklaring is ondertekend door de onafhankelijke psychiater.      De rechtbank overweegt het volgende. De Wvggz kent niet het vereiste dat de medische verklaring moet zijn voorzien van een handtekening van de psychiater die de verklaring heeft opgesteld. Toch zal voldoende duidelijk moeten zijn dat de verklaring afkomstig is van de daarin genoemde opsteller. De rechtbank begrijpt uit de bevindingen van de geneesheer-directeur (G-D) dat deze zich ervan heeft vergewist dat de medische verklaring afkomstig is van de psychiater [betrokkene 1], genoemd in die verklaring en dat deze psychiater onafhankelijk is zoals bedoeld in de Wvggz. Hoewel een ondertekende verklaring de voorkeur verdient, is de rechtbank van oordeel [dat] de hiervoor vermelde mededeling van de G-D voldoende waarborg biedt, zodat dit verweer wordt verworpen.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het middel klaagt dat onjuist dan wel onbegrijpelijk is dat de rechtbank een zorgmachtiging heeft verleend, nu de medische verklaring waarop het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt gebaseerd, niet is ondertekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In zijn beschikking van 16 juli 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een medische verklaring die is opgesteld ten behoeve van het verzoek tot verlening van een machtiging in het kader van de Wvggz, moet worden ondertekend door de onafhankelijke psychiater die de verklaring heeft opgesteld.<footnote-ref linkend="_88d734e4-2982-4481-ad65-0e6b0b97f870" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>In deze zaak staat vast dat de medische verklaring niet is ondertekend. Gelet hierop mocht de rechtbank niet op basis van deze medische verklaring een zorgmachtiging verlenen.   </para>
        <para>Het middel slaagt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>- vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 24 februari 2021;</para>
    <para>- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op                <emphasis role="underline">10 september 2021</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_88d734e4-2982-4481-ad65-0e6b0b97f870" label="1">
    <para> HR 16 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1143, rov. 3.3.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>