<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2020:871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T10:31:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00910</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2020:589" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/herstel" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Herstelde arrest: ECLI:NL:HR:2020:589</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2020/1295</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2020/24.18</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2020/1675 met annotatie van C. Presilli</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2020-1503</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2020051523</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:871">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-13T14:39:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2020:871 Hoge Raad , 15-05-2020 / 19/00910</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2020:871:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>herstelarrest; hoogte immateriële schadevergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2020:871:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	19/00910</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>15 mei 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>HERSTELARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN</para>
      <para>2. de STAAT (de MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>	ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 3 april 2020, nr. 19/00910, ECLI:NL:HR:2020:589, gewezen op het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 januari 2019, nr. 16/00639.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het arrest in het geding</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft in deze zaak op 3 april 2020 arrest gewezen. Nadien heeft de Hoge Raad ambtshalve geconstateerd dat het arrest een misslag bevat die redelijkerwijs voor partijen kenbaar was, en die verbetering behoeft.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>In rechtsoverweging 2.5.1 van het arrest van 3 april 2020 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het buiten beschouwing laten van de door het Hof wegens verknochtheid aangenomen verlenging van de redelijke termijn niet leidt tot een hogere vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep dan het bedrag van € 2.000 dat het Hof heeft toegekend. Deze gevolgtrekking berust op een misslag die de Hoge Raad zal herstellen. Blijkens de uitspraak van het Hof bedraagt de overschrijding van de redelijke termijn in de fase van bezwaar en beroep 19 maanden indien rekening wordt gehouden met de hiervoor bedoelde verlenging. Het buiten beschouwing laten van die verlenging leidt ertoe dat die overschrijding 25 maanden bedraagt. De vergoeding van immateriële schade bedraagt dan € 2.500.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Hetgeen hiervoor in 1.2 is overwogen, brengt mee dat het arrest van 3 april 2020 wordt gewijzigd en aangevuld zoals hierna in 1.4 en 1.5 weergegeven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <parablock>
        <para>Rechtsoverweging 2.5.1, tweede volzin, van het arrest wordt vervangen door:</para>
        <para>“Indien deze verlenging buiten beschouwing wordt gelaten, leidt dat tot een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep van € 2.500.”.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <parablock>
        <para>Het tweede onderdeel van de beslissing van het arrest wordt vervangen door:</para>
        <para>“- vernietigt de uitspraak van het Hof maar uitsluitend voor zover het betreft de beslissingen omtrent de hoogte van de door de Inspecteur en de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) te vergoeden immateriële schade en de hoogte van de door de Inspecteur te vergoeden (proces)kosten,”.</para>
        <para>	Het vijfde onderdeel van de beslissing van het arrest wordt vervangen door:</para>
        <para>“- beslist dat, indien het bedrag van de door de Hoge Raad aanvullend vastgestelde immateriële schade van € 1.000 niet tijdig wordt vergoed, de wettelijke rente daarover gaat lopen vier weken na de datum waarop dit arrest is uitgesproken,”.</para>
        <para>	De beslissing van het arrest wordt aangevuld als volgt:</para>
        <para>“- stelt het bedrag van de door de Inspecteur te vergoeden immateriële schade vast op € 2.500,”.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- verbetert het arrest van 3 april 2020, nr. 19/00910, op de hierboven in 1.4 en 1.5 vermelde wijze, en</para>
      <para>- stelt de verbeteringen op de minuut van dat arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2020. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>