<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2020:830</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:05:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00459</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2020:10" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:10, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2018:3214" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:3214, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2020/1214</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2020/593</rdf:li>
          <rdf:li>RBP 2020/49</rdf:li>
          <rdf:li>IER 2020/25 met annotatie van C. Vrendenbarg</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:830">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:830</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-30T16:46:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2020:830 Hoge Raad , 01-05-2020 / 19/00459</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2020:830:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenveroordeling op de voet van art. 1019ie Rv (Wet bescherming bedrijfsgeheimen)? Zaak zelf: art. 81 lid 1 RO(bewijsbeslag; vereiste van bepaaldheid bij inzagevordering art. 843a Rv.).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2020:830:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	19/00459</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	1 mei 2020</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>HERAEUS MEDICAL GMBH,<?linebreak?>gevestigd te Wehrheim, Duitsland,</para>
    <para>EISERES tot cassatie,</para>
    <para>hierna: Heraeus,</para>
    <para>advocaat: F.E. Vermeulen,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para>1. BIOMET GLOBAL SUPPLY CHAIN CENTER B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Dordrecht,	</para>
  <para>2. ZIMMER BIOMET NEDERLAND B.V., als rechtsopvolger onder algemene titel van Biomet Europe B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Dordrecht,	</para>
  <para>3. BIOMET HOLDINGS B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Dordrecht,	</para>
  <para>4. ZIMMER EUROPE HOLDINGS B.V., in liquidatie,<?linebreak?>gevestigd te Amsterdam,	</para>
  <para>5. ZIMMER BIOMET ASIA HOLDING B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Amsterdam,	</para>
  <parablock>
    <para>VERWEERSTERS in cassatie,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: Biomet c.s.,</para>
    <para>advocaat: T. Cohen Jehoram.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>het vonnis in de zaak C/10/516787/KG ZA 16-1449 van de rechtbank Rotterdam van            13 maart 2017;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het arrest in de zaak 200.215.824/01 van het gerechtshof Den Haag van 4 december 2018.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>Heraeus heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para>Biomet c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.</para>
    <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. </para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
    <para>De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para>De klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Proceskosten</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Biomet c.s. vorderen veroordeling van Heraeus in de proceskosten, te begroten op de voet van art. 1019ie Rv, tot een bedrag van € 19.980,50. Heraeus verzet zich tegen toepassing van      art. 1019ie Rv.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <para>Art. 1019ie Rv is ingevoerd bij de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb).<footnote-ref linkend="_150bb02c-fb24-40bc-ab02-631b108c0643" /> Het voorschrift verleent de rechter de bevoegdheid een proceskostenveroordeling uit te spreken als daarin bedoeld, maar verplicht hem daartoe niet. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <para>In het midden kan blijven of art. 1019ie Rv, in werking getreden op 23 oktober 2018,<footnote-ref linkend="_ac76e9e0-8dd7-4826-8f90-8760f454cd39" /> van toepassing is op de onderhavige, nadien aangevangen cassatieprocedure en of het zich uitstrekt tot een vordering of verzoek op de voet van art. 843a Rv van een partij die haar wederpartij beticht van het schenden van bedrijfsgeheimen, nu de Hoge Raad, ook indien dat alles het geval is, in deze zaak geen aanleiding ziet tot toekenning van een proceskostenveroordeling als in art. 1019ie Rv bedoeld. </para>
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>- verwerpt het beroep; </para>
    <para>- veroordeelt Heraeus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Biomet c.s. begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren      M.V. Polak, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op <emphasis role="underline">1 mei 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_150bb02c-fb24-40bc-ab02-631b108c0643" label="1">
    <para> 	Wet van 17 oktober 2018,  Stb<emphasis role="italic">.</emphasis> 2018, 369.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac76e9e0-8dd7-4826-8f90-8760f454cd39" label="2">
    <para> 	Besluit van 17 oktober 2018, Stb. 2018, 370.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>