<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2020:579</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T19:41:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/04971</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2020:34" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:34</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2018:5568" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen">In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2018:5568, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2020-0163</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2020/629</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:579">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:579</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-22T22:16:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2020:579 Hoge Raad , 21-04-2020 / 18/04971</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2020:579:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Profijtontneming, w.v.v. uit valsheid in geschrift en deelnemen aan criminele organisatie. Voordeel verkregen d.m.v. en/of uit baten van strafbaar feit waarvoor betrokkene is veroordeeld a.b.i. art. 36e.2 Sr? In met deze ontnemingsprocedure verband houdende strafzaak is bewezenverklaard dat betrokkene zich heeft schuldig gemaakt aan plegen van valsheid in geschrift en opzettelijk deelnemen aan criminele organisatie die tot oogmerk had plegen van valsheid in geschrift. ‘s Hofs oordeel dat betrokkene bedrag van € 40.378 aan wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, is niet begrijpelijk. Uit ‘s hofs vaststellingen volgt immers niet z.m. dat betrokkene dit geldbedrag heeft ontvangen door middel van of uit baten van in hoofdzaak bewezenverklaarde valsheid in geschrift en deelname aan criminele organisatie die tot oogmerk had plegen van valsheid in geschrift. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/03558, 18/04339, 18/04341, 18/04342 P, 18/04344, 18/04335 P, 18/04967, 18/04968, 18/04972 en 18/04974.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2020:579:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	18/04971 P</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>		21 april 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2018, nummer 21/003108-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [betrokkene] , </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>hierna: de betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het oordeel van het hof dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen onbegrijpelijk is. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het cassatiemiddel van belang, het volgende in:</para>
        <para>“Oordeel hof </para>
        <para>Bij arresten van dit hof van 6 juni 2018 zijn [medeverdachte 5] en zijn vennootschap [betrokkene] veroordeeld ter zake van onder meer valsheid in geschrifte en deelnemen aan een criminele organisatie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafdossier en bij de behandeling van de vordering ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat [medeverdachte 5] en/of zijn vennootschap door middel van en/of uit de baten van deze feiten wederrechtelijk voordeel hebben verkregen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De berekening van de hoogte hiervan en de gebezigde bewijsmiddelen worden hieronder nader uitgewerkt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel</para>
        <para>Het hof gebruikt als grondslag voor de schatting van de hoogte van het wederrechtelijk voordeel het onder 1 genoemde Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 5] , bestuurder van veroordeelde, was via zijn vennootschap [A] werkzaam bij SNS Property Finance (hierna SNSPF).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 5] , heeft met [medeverdachte 1] de afspraak gemaakt dat hij van zijn werkzaamheden bij SNSPF een aanbreng-/bemiddelingsfee van € 75,- per door [medeverdachte 5] gewerkt uur bij SNSPF aan [medeverdachte 1] zou betalen. Op verzoek van [medeverdachte 1] is de betaling van de fee door een aan [medeverdachte 8] gelieerde vennootschap gefactureerd en is aan die vennootschap ook betaald.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [medeverdachte 4] heeft verklaard dat via hem [betrokkene 3] en [betrokkene 2] zijn komen werken bij SNSPF. In een gesprek met [medeverdachte 1] , waarbij ook [medeverdachte 5] aanwezig was, heeft [medeverdachte 4] aangegeven dat hij het wel redelijk zou vinden dat hij en [medeverdachte 5] voor het aanbrengen van deze medewerkers een correctie op hun te betalen fee zouden ontvangen. [medeverdachte 1] stelde voor dat zij € 7,50 per medewerker zouden krijgen. [medeverdachte 5] heeft hiervoor via [betrokkene] facturen gestuurd aan [medeverdachte 8] met daarop dezelfde omschrijving als de facturen die hij van [medeverdachte 8] ontving: ‘adviesdiensten’.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op de bankrekening van [betrokkene] is een totaalbedrag van € 40.378,-- (exclusief btw) ontvangen. Nu [betrokkene] op geen enkele wijze bemoeienis heeft gehad met de bemiddeling die aan de terugbetaling van de kickbackfee ten grondslag lag, heeft [betrokkene] dit bedrag wederrechtelijk verkregen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gesteld noch gebleken is dat [medeverdachte 5] of zijn vennootschap kosten hebben gemaakt die in directe relatie staan tot de voltooiing van voornoemde delicten. Er worden dan ook geen kosten in mindering gebracht bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat wederrechtelijk voordeel is verkregen van in totaal € 40.378,-- (exclusief btw).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Conclusie</para>
        <para>Het hof stelt vast dat door middel van en/of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten wederrechtelijk voordeel is verkregen van in totaal € 40.378,- (exclusief btw).”</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In de met deze ontnemingsprocedure verband houdende strafzaak is bewezenverklaard dat de betrokkene zich heeft schuldig gemaakt aan - kort gezegd - het plegen van valsheid in geschrift en het opzettelijk deelnemen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van valsheid in geschrift.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het oordeel van het hof dat de betrokkene een bedrag van € 40.378 aan wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, is niet begrijpelijk. Uit de vaststellingen van het hof volgt immers niet zonder meer dat de betrokkene dit geldbedrag heeft ontvangen door middel van of uit de baten van de in de hoofdzaak bewezenverklaarde valsheid in geschrift en deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van valsheid in geschrift.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De klacht is gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof;</para>
      <para>- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">21 april 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>