<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2020:210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:22:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/01665</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2019:1147" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:1147, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2018:15" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2018:15, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2020/225</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:210">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:210</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-07T11:13:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2020:210 Hoge Raad , 07-02-2020 / 18/01665</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2020:210:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Vermogensrecht. Vordering tegen PostNL wegens het ongeldig verklaren van gulden-postzegels per 1 november 2013 zonder inruilmogelijkheid. Onrechtmatig? Ongerechtvaardigde verrijking? Rechtskarakter frankeerzegel. Juridische kwalificatie aanschaf/bezit postzegel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2020:210:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	18/01665</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum</emphasis>	7 februari 2020</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <para>1. [eiser 1] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
  <para>2. [eiser 2],<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
  <para>3. [eiser 3],<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
  <para>4. [eiseres 4] B.V.,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats], </para>
  <para>5. [eiser 5],<?linebreak?>wonende te [woonplaats]</para>
  <parablock>
    <para>6. [eiser 6],<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>7. [eiser 7],</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>8.   [eiseres 8] B.V.</para>
    <para>      gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
    <para>9.   [eiser 9],</para>
    <para>      wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>10. [eiser 10],</para>
    <para>      wonende te [woonplaats] ,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: [eisers] ,</para>
    <para>advocaat: J. van Weerden,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para>1. KONINKLIJKE POSTNL B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Den Haag,	</para>
  <para>2. POSTNL N.V.,<?linebreak?>gevestigd te Den Haag,	</para>
  <parablock>
    <para>VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: PostNL,</para>
    <para>advocaat: W.H. van Hemel.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>de vonnissen in de zaken C/09/477078 / HA ZA 14/1270, C/09/481695/HA ZA 15-121, C/09/482852/HA ZA 15-183 en C/09/494573/HA ZA 15-941 van de rechtbank Den Haag van 4 maart 2015, 30 september 2015 en 23 maart 2016;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het arrest in de zaak 200.194.980/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 januari 2018.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>
      [eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. PostNL heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. PostNL heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. [eisers] hebben een verweerschrift tot referte in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingediend. </para>
    <para>De zaak is voor PostNL toegelicht door haar advocaat en mede door T.R.B. de Greve en        S.L. Boerssen.</para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel in het principale beroep </title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).</para>
      <para>Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>- verwerpt het principale beroep;</para>
    <para>- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PostNL begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren           G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op <emphasis role="underline">7 februari 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>