<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2020:1901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T23:32:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/01500</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2020:883" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:883</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2020-0378</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2021/23</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1901">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-01T12:49:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2020:1901 Hoge Raad , 01-12-2020 / 19/01500</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2020:1901:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Gebruik verborgen camera in woning door heimelijk foto- en video-opnames te maken van vrouwen, art. 139f.1 Sr. 1. Onttrekking aan het verkeer telefoon en diverse foto-, film- en videocamera’s, art. 36c Sr. Ongecontroleerd bezit daarvan in strijd met algemeen belang? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.</para>
        <para>Ad 1. Zonder nadere motivering, die in de bestreden uitspraak ontbreekt, is niet begrijpelijk het oordeel van het hof dat de aan het verkeer onttrokken verklaarde voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. </para>
        <para>Ad 2. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichtingen opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemde slachtoffers in arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest telkens genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.</para>
        <para>Volgt partiële vernietiging t.a.v. onttrekking aan het verkeer (zonder terugwijzing).</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2020:1901:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	19/01500 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>		1 december 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 maart 2019, nummer 21/004290-18, in de strafzaak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] , </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de filmcamera’s, telefoon, fototoestellen en videocamera’s en voor zover bij de schadevergoedingsmaatregelen ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de slachtoffers met toepassing van artikel 6:4:20 Sv telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste, het tweede en het vierde cassatiemiddel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). </para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het derde cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof dat een telefoon en diverse foto-, film- en videocamera’s aan het verkeer onttrokken worden verklaard. Het voert daartoe in het bijzonder aan dat “uit niets blijkt dat de telefoon en de camera’s beelden bevatten waarvan het ongecontroleerde bezit in strijd is met het algemeen belang”. </para>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>Ten laste van de verdachte is onder 5 bewezenverklaard dat:</para>
          <para>“hij in de periode van 15 november 2015 tot en met 8 maart 2017 te [plaats] , gebruik makende van een technisch hulpmiddel, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, telkens opzettelijk en wederrechtelijk van personen, te weten</para>
          <para>- [benadeelde 2] , en</para>
          <para>- [benadeelde 3] , en</para>
          <para>- [benadeelde 1]</para>
          <para>die telkens aanwezig waren in een woning gelegen aan de [a-straat 1] aldaar, (een) afbeelding(en) en/of filmopname(n) heeft vervaardigd.”</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>De bestreden uitspraak houdt onder meer in:</para>
          <para>“Het onder 5 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van een aantal, hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen: Voor zover het gegevensdragers zijn, zullen zij aan het verkeer worden onttrokken, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. (...)</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <para>STK Filmcamera, zwart, Sport DV, 1918087;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <para>STK Telefoon, brons, SAMSUNG edge, 1918130;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <para>STK Fototoestel, zwart, NIKON 1, 1918139;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <para>STK Filmcamera, zwart, ONBEKEND 4K Ultra, 1918075;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <parablock>
        <para>STK Filmcamera, zwart, 811 CMOS, 1691483;</para>
        <para>(...)</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <para>STK Filmcamera, zwart, CH 1234, 1691479;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <para>STK Filmcamera, SONY EXMORE R, 1691478;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <para>STK Videocamera, VIO POV190, 1691461;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <parablock>
        <para>ST K Videocamera, zwart, 727, 1691464;</para>
        <para>(...)</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.00</nr>
      <para>STK Fototoestel, zwart SONY DSC W830, 1691077.”</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Zonder nadere motivering, die in de bestreden uitspraak ontbreekt, is niet begrijpelijk het oordeel van het hof dat de aan het verkeer onttrokken verklaarde voorwerpen, die hiervoor onder 3.2.2 zijn vermeld, van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Het cassatiemiddel klaagt daarover terecht.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het hof heeft de verdachte de verplichtingen opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de hiervoor onder 3.2.2 vermelde inbeslaggenomen voorwerpen en voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;</para>
      <para>- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;</para>
      <para>- verwerpt het beroep voor het overige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">1 december 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>