<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2020:1588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:52:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/02137</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_intellectueeleigendomsrecht">Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2020:542" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:542, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2019:216" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2019:216, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2020/1084</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1588">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1588</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-10-08T18:36:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2020:1588 Hoge Raad , 09-10-2020 / 19/02137</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2020:1588:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendom. Auteursrecht op stoel? Art. 10 lid 2 Beschermingsrichtlijn en art. 51 lid 1 Aw: bestond op 1 januari 1995 naar Frans recht auteursrecht? Betoog dat Franse rechtspraak van destijds, die berustte op de reciprociteitsregel van art. 7 lid 2 tweede volzin BC, in strijd was met het discriminatieverbod van het EU-recht. Verbod van art. 79 lid 1, onder b, RO. Proceskostenveroordeling ex art. 1019h Rv; toepassing Indicatietarieven IE-zaken HR.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2020:1588:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	19/02137</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	9 oktober 2020</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>ARREST</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <para>1. MONTIS HOLDING B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Dongen, </para>
  <para>2. MONTIS B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Dongen, </para>
  <parablock>
    <para>EISERESSEN tot cassatie,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: Montis c.s.,</para>
    <para>advocaat: H.J.W. Alt,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para>1. STOFFEERDERIJ KLAVER DESIGN B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Ermelo,	</para>
  <para>2. STOFFEERDERIJ KLAVER B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Ermelo,	</para>
  <para>3. KLAVER BEHEER B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Ermelo,	</para>
  <parablock>
    <para>VERWEERSTERS in cassatie,</para>
    <para>hierna gezamenlijk: Klaver c.s.,</para>
    <para>advocaat: S.M. Kingma.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>de vonnissen in de zaak C/13/520568/HA ZA 12-801 van de rechtbank Amsterdam van        7 november 2012 en 3 juli 2013;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het arrest in de zaak 200.182.406/01 van het gerechtshof Amsterdam van 29 januari 2019.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>Montis c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para>Klaver c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.</para>
    <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. </para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
    <para>De advocaat van Montis c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervanis dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dienen Montis c.s. te worden verwezen in de proceskosten. Klaver c.s. hebben op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd. Daarop zijn van toepassing de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017. Deze zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een normale zaak. Voor de verweerder geldt in dat geval een tarief van maximaal € 20.000,--. Klaver c.s. maken aanspraak op een bedrag van € 14.807,74 voor salaris alsmede € 885,25 aan verschotten.     Nu de specificatie van Klaver c.s. voldoet aan de vereisten onder 5 van de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad en genoemd bedrag aan salaris beneden het hiervoor genoemde maximum indicatietarief ligt, zal het gevorderde bedrag als hierna te melden worden toegewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verwerpt het beroep;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt Montis c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Klaver c.s. begroot op € 885,25 aan verschotten en € 14.807,74 voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Montis c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, M.J. Kroeze,                     C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op <emphasis role="underline">9 oktober 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>