<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2020:1371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:01:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2020:613" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:613</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2019:153" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2019:153</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2020-0296</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2020/1006</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1371">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-09-11T17:03:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2020:1371 Hoge Raad , 15-09-2020 / 19/00377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2020:1371:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Diefstal elektriciteit t.b.v. hennepkwekerij door gehuurde woning ter beschikking te stellen voor hennepteelt, art. 310 Sr. Bewijsklacht plegen. Heeft verdachte elektriciteit weggenomen? Bewezenverklaring houdt in dat verdachte zelf elektriciteit heeft ‘weggenomen’. Dat kan echter niet z.m. worden afgeleid uit bewijsvoering, zodat bestreden uitspraak ontoereikend is gemotiveerd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2020:1371:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>STRAFKAMER</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	19/00377 </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum</emphasis>		15 september 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ARREST</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 16 januari 2019, nummer 23/002433-18, in de strafzaak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte], </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,</para>
      <para>hierna: de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste cassatiemiddel</title>
    <para>De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het tweede cassatiemiddel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid. </para>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat: </para>
          <para>“hij op 19 december 2016 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen energie/stroom toebehorende aan Liander n.v.”</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering: </para>
          <para>“Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen neemt het hof het volgende als vaststaand aan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 19 december 2016 zijn de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar de woning aan de [a-straat 1], [postcode] te Amsterdam gegaan, omdat Liander metingen had gedaan aan het elektriciteitsnetwerk en vermoedde dat er een hennepplantage in de woning aanwezig was (proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 19 december 2016, opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], dossierpagina’s 18 tot en met 48). De fraude-expert van Liander heeft toen meegedeeld dat er de afgelopen dagen meerdere storingen in de betreffende flat zijn geweest en dat, naar aanleiding daarvan, metingen zijn uitgevoerd op het elektriciteitsnetwerk. Deze metingen leidde hem naar de woning met nummer [a-straat 1]. De metingen bij deze woning gaven, aldus de fraude-expert, ‘zeer hoge waarden’ aan, zodat hij het vermoeden had dat er in deze woning een hennepplantage aanwezig was (dossierpagina 18). Vervolgens hebben de verbalisanten de woning betreden en 239 hennepplanten aangetroffen van ongeveer zeven weken oud, en heeft de fraude-expert van Liander geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van deze hennepkwekerij illegaal werd afgenomen (dossierpagina’s 18 tot en met 20). (...)</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van deze feiten en omstandigheden (op zichzelf, en in onderling verband bezien) komt het hof tot de conclusie dat de verdachte de woning aan de [a-straat 1] heeft gehuurd teneinde in die woning hennepplanten aanwezig te hebben.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>(...)</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het hof volgt de raadsman in zijn stelling dat - gelet op het verrichte technisch onderzoek - niet is komen vast te staan dat de verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de teelt van de hennep, zodat met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit ‘enkel’ sprake is van het opzettelijk aanwezig hebben van de aangetroffen hennep. Wel acht het hof bewezen dat de verdachte minst genomen zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de hennepkwekerij gepaard ging met de diefstal van elektriciteit, nu dit de gangbare werkwijze is bij hennepteelt.”</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte zelf elektriciteit heeft ‘weggenomen’. Dat kan echter niet zonder meer worden afgeleid uit de bewijsvoering, zodat de bestreden uitspraak ontoereikend is gemotiveerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het derde cassatiemiddel </title>
    <para>Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;</para>
      <para>- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;</para>
      <para>- verwerpt het beroep voor het overige. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">15 september 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>