<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2020:1138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:50:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/03406</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2020:318" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2020:318, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2020-0179</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2020/1727</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2020/815</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2020:1138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-25T14:46:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2020:1138 Hoge Raad , 26-06-2020 / 19/03406</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2020:1138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Personen- en familierecht. Partneralimentatie. Rekenfout. Motiveringsklachten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2020:1138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para> HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIVIELE KAMER</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	19/03406</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Datum   </emphasis>	26 juni 2020</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>BESCHIKKING</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [de man],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], Duitsland,</para>
    <para>EISER tot cassatie, verweerder in het incidenteel cassatieberoep,</para>
    <para>hierna: de man,</para>
    <para>advocaat: H.J.W. Alt,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [de vrouw],<?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
    <para>VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het incidenteel cassatieberoep,</para>
    <para>hierna: de vrouw,</para>
    <para>advocaat: J. van Duijvendijk-Brand.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	Procesverloop</emphasis>
  </para>
  <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
  <orderedlist numeration="loweralpha">
    <listitem>
      <para>de beschikking in de zaak C/03/230186/FA RK 16-4881 van de rechtbank Limburg van        1 december 2017;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beschikking in de zaak 200.234.771/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van          18 april 2019.</para>
    </listitem>
  </orderedlist>
  <parablock>
    <para>De man heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.</para>
    <para>De vrouw heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
    <para>Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt in het principale cassatieberoep tot vernietiging van de beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 april 2019 en verwijzing, en in het incidentele cassatieberoep tot verwerping.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Uitgangspunten en feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het gaat in dit geding, voor zover in cassatie van belang, om de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De man heeft de rechtbank verzocht, kort gezegd en voor zover in cassatie van belang, een eerdere uitspraak waarbij hem een partneralimentatie was opgelegd van € 1.500,-- per maand, te vernietigen, althans te wijzigen. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Het heeft overwogen dat de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw € 3.353,70 bedraagt en haar netto besteedbaar inkomen in 2015 € 2.482,-- per maand, “zodat de vrouw in 2015 een aanvullende behoefte heeft van (€ 3.353,70 -/- € 2.482,- =) € 1.871,70.” (rov. 5.3-5.4) </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel in het principale beroep</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.1</nr>
      <para>Onderdeel 2.1 van het middel klaagt, samengevat, dat het hof in rov. 5.4 een kennelijke rekenfout heeft gemaakt door de aanvullende behoefte te berekenen op € 1.871,70.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.2</nr>
      <para>De klacht is gegrond. Het bedrag van € 3.353,70 minus het bedrag van € 2.482,-- komt uit op een bedrag van € 871,70 en dus niet op het door het hof berekende bedrag van € 1.871,70. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In het verlengde van onderdeel 2.1 slagen ook de onderdelen 2.1.1 en 2.1.2. De hierop voortbouwende klachten van de onderdelen 2.1.4 en 2.3 slagen gedeeltelijk (zie hiervoor de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.13 en 2.24).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het middel in het incidentele beroep</title>
    <para>De klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO). </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- vernietigt de beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 april 2019;</para>
    <para>- verwijst het geding naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing;</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>verwerpt het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op <emphasis role="underline">26 juni 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>