<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2019:851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:21:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/00635</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_ondernemingsrecht">Civiel recht; Ondernemingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2019:267" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2019:267, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2019/691</rdf:li>
          <rdf:li>JONDR 2019/815</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2019-0124</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2020/1340 met annotatie van </rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2019:851">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2019:851</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-07T10:27:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2019:851 Hoge Raad , 07-06-2019 / 18/00635</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2019:851:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Faillissementsrecht. Ondernemingsrecht. Zuid-Afrikaans faillissement. Bevoegdheid Curatoren ten aanzien van Stichting particulier fonds (SPF) naar het recht van Curaçao. Toepassing vreemd recht, art. 79 lid 1, onder b, RO. Oprichtersrechten bij SPF; aard en overdraagbaarheid. Onrechtmatige daad; misbruik van identiteitsverschil; onttrekken van vermogen ultimate benificial owner (UBO) aan verhaal?  Vervreemdingsverbod, recht op inzage in administratie en vervangen bestuur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2019:851:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>7 juni 2019</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>18/00635</para>
    <para>TT/EE</para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. CORPORATE AGENTS N.V.,<?linebreak?>gevestigd in Curaçao, </para>
      <para>2. COVENANT MANAGERS N.V.,<?linebreak?>gevestigd in Curaçao, </para>
      <para />
      <para>VERZOEKSTERS tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para />
      <para>advocaten: mr. J.A.M.A. Sluysmans en           mr. R.T. Wiegerink,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. Gavin Cecil GAINSFORD,<?linebreak?>kantoorhoudende te Johannesburg, <?linebreak?>Zuid-Afrika,</para>
      <para>2. Mario Paul WALTERS,<?linebreak?>kantoorhoudende te Kaapstad, <?linebreak?>Zuid-Afrika,</para>
      <para>in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] ,</para>
      <para />
      <para>VERWEERDERS in cassatie, verzoekers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. Chr.F. Kroes.</para>
    </parablock>
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Corporate Agents c.s. en de Curatoren.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:</para>
    <para>a.	het vonnis in de zaak AR KG 82461/2017 van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao van 5 mei 2017;</para>
    <para>b.	het vonnis in de zaak KG 82461/17 - H 42/17 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, <?linebreak?>Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 december 2017.</para>
    <para>	Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het vonnis van het hof hebben Corporate Agents c.s. beroep in cassatie ingesteld. De Curatoren hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>	Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.</para>
      <para>De advocaten van Corporate Agents c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel in het principale beroep </title>
    <parablock>
      <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para>	Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het principale beroep;</para>
      <para>veroordeelt Corporate Agents c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Curatoren begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op <emphasis role="underline">7 juni 2019</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>