<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2019:145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T16:01:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00157</psi:zaaknummer>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00158</psi:zaaknummer>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00159</psi:zaaknummer>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00160</psi:zaaknummer>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00161</psi:zaaknummer>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00162</psi:zaaknummer>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00163</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2019/239</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2019/8.17</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2019/0418 met annotatie van Yola Geradts</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2019/57 met annotatie van E.B. PECHLER</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2019/370 met annotatie van Mr. F.C. van der Bogt</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2019-0286</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2019020119</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2019:145">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2019:145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-31T12:42:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2019:145 Hoge Raad , 01-02-2019 / 19/00157; 19/00158; 19/00159; 19/00160; 19/00161; 19/00162; 19/00163</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2019:145:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2019:145:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>1 februari 2019</para>
    <para>Nrs. 19/00157 tot en met 19/00163</para>
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de Hoge Raad der Nederlanden naar aanleiding van het verzoek tot wraking van de hierna te noemen leden van de Hoge Raad, ingediend door <emphasis role="underline">[X]</emphasis> te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis> (hierna: verzoekster).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoekster heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld in de zaken die bij de Derde Kamer van de Hoge Raad zijn ingeschreven onder de nummers 18/2058, 18/02186, 18/02188, 18/02190, 18/02191, 18/02192 en 18/02196. Bij brieven van 13 december 2018 is aan verzoekster meegedeeld dat op 21 december 2018 ter terechtzitting de beslissingen in de hiervoor genoemde  zaken in het openbaar zullen worden uitgesproken. Tevens is daarin meegedeeld dat de arresten zullen worden gewezen door de raadsheren M.A. Fierstra, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij op 17 december 2018 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden in de Hoge Raad.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het wrakingsverzoek</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan elk van de rechters die een zaak behandelen, door een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Ingevolge artikel 29 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het beroep in cassatie in belastingzaken.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoekster heeft in haar verzoekschrift het volgende aangevoerd:</para>
        <para>“1. Op 13 december ontvingen wij eerst bericht van u.<?linebreak?>     Is er eerder bericht geweest? Wij ontvangen de post     nog niet correct. Tevens zijn uw klachten niet    afgehandeld. Waar is het gevraagd uitstel? En is    geregelde rechtsbijstand?<?linebreak?>  	2. Daarnaast is er sprake van incorrect medisch     handelen bij een medische situatie waarbij er    uitspraken liggen dat uit de aard van de    situatie/persoon uitstel verleend dient te worden. In    meerdere organisaties wordt dit uitstel verleend en    niet ontvankelijkheidsverklaring niet toegestaan of    hersteld. In alle redelijkheid worden wij niet in de    mogelijkheid geacht. Uw rechters gaan hier wel door    heen? Graag zien wij de reden zodat wij een verdere    motivatie kunnen geven.<?linebreak?>  	3. Helaas gaat [X] terug in alle     expertise. U gaat lijkt het dwars door de ingestelde    (specialisten) beperkingen heen en heeft deze artsen<?linebreak?>     beperkingen niet opgevraagd. Traumata worden verder     gediagnosticeerd en behandeld. Voorgaande    rechterlijke organisaties hebben dit niet in beeld<?linebreak?>     gehad blijkt duidelijk. Een correcte procesgang wordt     ons onthouden.</para>
        <para>4. Bij [A] is er sprake van mogelijk    medisch incorrect handelen, dit is net duidelijker    geworden en is te lang onderweg geweest. Redenen<?linebreak?>     lichten wij u graag toe in de zitting. Mogelijk is      een operatie niet nodig en dat zal nog verder bekeken    worden. Hier heeft de essentie gezeten, proberen<?linebreak?>     iemand niet te laten beschadigen? <?linebreak?>     5. Bij beider personen is niet sprake van     schadebeperkende maatregelen door betrokken    organisaties zoals betaamd (bij traumata). Uw PG zal<?linebreak?>     separaat hierover geïnformeerd worden.<?linebreak?>     6. Wij verzoeken u alle uitspraken van alle dossiers     in alle kwesties gesloten te houden in verband met    forse schending van de privacy (artikel 6 jo. 8 EVRM).<?linebreak?>     7. Wij zien expliciet niet af van een zitting en     wensen hier graag gebruik te maken van ons hoorrecht.<?linebreak?>     8. Wij verzoeken u expliciet alle 7 punten als     wrakingsredenen op te nemen en houden het recht voor    deze aan te vullen, te corrigeren en te wijzigen.<?linebreak?>     Betrokken rechters hebben de genoemde 7 punten niet     correct gerespecteerd professioneel. Onze privacy en    gezondheid zijn daarnaast niet geborgd. Er kan niet     anders dan sprake zijn van partijdigheid in deze.<?linebreak?>     Daarnaast lijkt het procesbelang voorop te staan en     niet een zorgvuldige behandeling.</para>
        <para>Op grond van artikel 4 RO jo artikel 5 RO en artikel     6 jo 8 EVRM en passeren van het hoorrecht.</para>
        <para>Wij houden het recht voor dit verzoek te corrigeren,    aan te vullen en te wijzigen.</para>
        <para>Tevens maken wij u er u op attent dat wij tot op heden     voor zover wij kunnen nagaan geen klachtafhandeling    hebben ontvangen en daarnaast niet alle arresten    voorgaand zodat onze belangen niet correct behartigd     kunnen zijn. Tevens is de postbezorging niet op orde    en worden momenteel door de gerechten de beslissingen    niet via de post uitgereikt.</para>
        <para>Onze rechtsbijstandsverzekeraar reageert niet correct    op onze signalen en heeft de kwestie niet correct in    behandeling. </para>
        <para>Klacht:</para>
        <para>De afgelopen periode is steeds duidelijker geworden    dat zowel [A] als [X]     niet volledig correct zijn behandeld en worden de<?linebreak?>     kwesties of verder opgepakt in expertise of weer      terugverwezen met de hulp in overleg met algemeen    artsen o.a. in het buitenland.</para>
        <para>We zien in deze dat een groot deel ook voort komt uit    het incorrect noteren van de gegevens over traumata    en incorrecte kennis/kunde en dat de doorverwijzing    naar expertise of de juiste arts te lang onderweg in    is.</para>
        <para>Uw genoemde rechters geven geen gelegenheid om de    gezondheid op de rit te krijgen en ons op een correcte    manier te vertegenwoordigen. Het procesbelang staat    duidelijk voor.</para>
        <para>Los daarvan als iemand beter kan behoren volgens de    GOMA en de internationale wetgeving gerechten niet te    hinderen en dat gebeurt wel degelijk.</para>
        <para>Reden om deze fax praktisch per ommegaande te sturen. <?linebreak?>     Wij houden het recht voor deze fax te corrigeren, te     wijzigen en aan te vullen. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Wij verzoeken u nadrukkelijk deze kwesties volledig</emphasis>
          <emphasis role="bold">    afgeslotente behandelen.</emphasis> Mede in verband met    problematiek in de buurt en omgeving waarbij forse<?linebreak?>     klachten ook van meerder buurtbewoners zijn begrepen     wij van politie. De post wordt niet correct bezorgd.<?linebreak?>     Er zijn in directe omgeving meerder forse drugslabs     o.a. gevonden. De afgelopen ca 22 dagen worden wij    nachtelijk lastig gevallen en onze nachtrust <?linebreak?>     gestoord. Dit speelt al langer en ook om de     ziekenhuizen.”<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Art. 2.1.3 van het Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad der Nederlanden schrijft voor dat het wrakingsverzoek de feiten of omstandigheden vermeldt waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, waarbij alle feiten en omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen. Art. 2.3.2 aanhef en onder a. van dit Protocol bepaalt dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek niet is gemotiveerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het verzoekschrift bevat weliswaar een uiteenzetting van feiten en omstandigheden maar geen feiten of omstandigheden die een of meer van de gewraakte raadsheren kunnen betreffen. Het bevat evenmin feiten of omstandigheden die kunnen meebrengen dat de rechterlijke onpartijdigheid bij de behandeling van het beroep in cassatie schade zou kunnen lijden. Het onderhavige verzoek voldoet daarmee niet aan de eis dat een verzoek tot wraking gemotiveerd moet geschieden (art. 8:16, lid 2, eerste volzin, Awb en art. 2.1.3 van het Protocol deelname aan behandeling en beraadslaging van de Hoge Raad der Nederlanden). Het verzoek wordt daarom niet in behandeling genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer M.V. Polak op 1 februari 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>