<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2019:1232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T08:47:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/04252</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2018:3136" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2018:3136</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2019/1712</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2019/35.25</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2019/1717</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2019/1947 met annotatie van H. Arling</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2019-1931</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2019071920</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2019:1232">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2019:1232</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-18T15:02:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2019:1232 Hoge Raad , 19-07-2019 / 18/04252</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2019:1232:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 1, onderdeel c en d, Besluit proceskosten bestuursrecht jo artikel 2, lid 1, onderdeel d, Besluit proceskosten bestuursrecht, reis- en verletkosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2019:1232:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>BELASTINGKAMER</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Nummer</emphasis>	18/04252</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum	</emphasis>19 juli 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HERSTELARREST </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [X] te [Z] (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad van 21 juni 2019, nr. 18/04252, ECLI:NL:HR:2019:993, gewezen op het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 augustus 2018, nrs. 17/00583 en 17/00587.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het arrest in het geding</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>De Hoge Raad heeft in deze zaak op 21 juni 2019 arrest gewezen. Nadien heeft belanghebbende verzocht om verbetering van het arrest. De Staatssecretaris van Financiën heeft zich schriftelijk over het verzoek uitgelaten en zich daarbij gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Belanghebbende heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de Hoge Raad abusievelijk de Inspecteur tot een onjuist bedrag heeft veroordeeld in de reis- en verletkosten van het beroep en hoger beroep.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>In de laatste volzin van onderdeel 2.3 van het arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat belanghebbende in beroep recht heeft op vergoeding van € 48,26 aan reis- en verletkosten. In de laatste volzin van onderdeel 3 van het arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de Inspecteur zal worden veroordeeld in de reis- en verletkosten voor het Hof, ten bedrage van € 77,80 alsmede in de overige proceskosten voor het Hof. In de laatste volzin van onderdeel 4 (het dictum) van het arrest heeft de Hoge Raad de Inspecteur veroordeeld in de reis- en verletkosten van het beroep (€ 48,26) en in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van belanghebbende (€ 77,80 plus € 512), in totaal vastgesteld op € 638,06.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Deze beslissingen zijn onjuist op de gronden die belanghebbende aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Herstel van deze kennelijke vergissingen brengt mee dat de laatste volzin van onderdeel 2.3 van het arrest komt te luiden: “Belanghebbende heeft in beroep recht op vergoeding van € 68,40 aan reis- en verletkosten.” De laatste volzin van onderdeel 3 van het arrest komt te luiden: “De Inspecteur zal worden veroordeeld in de reis- en verletkosten voor het Hof, ten bedrage van € 91,08 alsmede in de overige proceskosten voor het Hof.” De laatste volzin van het dictum komt te luiden: “veroordeelt de Inspecteur in de reis- en verletkosten van het beroep (€ 68,40) en in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van (€ 91,08 plus € 512), in totaal vastgesteld op € 671,48.”</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad:</para>
      <para>	verbetert het arrest van 21 juni 2019, nr. 18/04252, ECLI:NL:HR:2019:993, op de hierboven in onderdeel 1.5 vermelde wijze, en</para>
      <para>	brengt de verbeteringen aan op de minuut van dat arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>