<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:94</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:36:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/04365</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2017:4006" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:4006, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2018/153</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2018/7.8</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/0379 met annotatie van Wendy Nent</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2018/112 met annotatie van R.T. Wiegerink</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2018/71</rdf:li>
          <rdf:li>FED 2018/64 met annotatie van E. THOMAS</rdf:li>
          <rdf:li>JG 2018/8 met annotatie van mr. R. de Korte</rdf:li>
          <rdf:li>JOM 2018/106</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2018/329 met annotatie van mr. drs. F de Jong</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2018-0269</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2018012604</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:94">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:94</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-01-25T11:27:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:94 Hoge Raad , 26-01-2018 / 17/04365</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:94:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vergoeding bezwaarfase. Telefonisch horen na mededeling gegrondverklaring bezwaar. Hof heeft terecht geen aanleiding gezien de gemaakte kosten in verband met het horen te vergoeden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:94:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>26 januari 2018</para>
    <para>Nr. 17/04365</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het beroep in cassatie van <emphasis role="underline">[X] </emphasis>te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis> (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof Amsterdam</emphasis> van 5 september 2017, nr. 16/00535, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. ALK 15/5851) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Hoorn. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para>Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de klacht</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.</para>
      <paragroup>
        <nr>2.1.1.</nr>
        <para>Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, opgelegd nadat belanghebbende bij het betalen van die belasting een verkeerd kenteken in de parkeerautomaat had ingevoerd. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.1.2.</nr>
        <para>De heffingsambtenaar heeft belanghebbende bij brief uitgenodigd voor een “telefonische hoorzitting” teneinde te worden gehoord op het door hem ingediende bezwaarschrift. Bij die gelegenheid heeft de heffingsambtenaar reeds medegedeeld dat aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen en de naheffingsaanslag wordt vernietigd, en het telefoongesprek daarom alleen nog betrekking kon hebben op vergoeding van de kosten van de bezwaarfase. Het telefoongesprek heeft vervolgens plaatsgevonden tussen de heffingsambtenaar en de gemachtigde van belanghebbende.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.1.3.</nr>
        <para>De heffingsambtenaar heeft het bezwaar gegrond verklaard, de naheffingsaanslag vernietigd maar geen kostenvergoeding toegekend. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>Voor het Hof was in geschil of belanghebbende recht heeft op vergoeding van kosten van de bezwaarfase. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <para>Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van de kosten van bezwaar. Het heeft echter geen punten toegekend voor het onder 2.1.2 bedoelde telefoongesprek. Daartoe heeft het Hof overwogen dat niet is gesteld of aannemelijk geworden dat het telefonisch horen op een zodanige wijze heeft plaatsgevonden dat het op één lijn moet worden gesteld met een verschijnen ter hoorzitting. </para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De tegen dat oordeel gerichte klacht faalt. In de hiervoor onder 2.1.2 genoemde omstandigheden ligt besloten dat de “telefonische hoorzitting” slechts betrekking had op de vergoeding van kosten van de bezwaarfase en niet op de beslissing op het bezwaar. Daarvan uitgaande geeft ’s Hofs oordeel dat dit telefoongesprek niet op één lijn kan worden gesteld met het verschijnen ter hoorzitting naar aanleiding van een ingediend bezwaar als bedoeld in artikel 7:2, lid 1, Awb, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Proceskosten</title>
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>