<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:31:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/04106</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2018:399" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:399, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2017:1491" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:1491, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2018/701</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:858">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:858</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-07T12:53:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:858 Hoge Raad , 08-06-2018 / 17/04106</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:858:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor. Maatstaf; gebrek aan belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:858:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>8 juni 2018</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>17/04106</para>
    <para>LZ/EE</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>WALMARO B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Heeze,</para>
      <para>VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Littooij,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,<?linebreak?>gevestigd te Den Haag, </para>
      <para>2. CUNNINGHAM LINDSEY NEDERLAND B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Rotterdam, </para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie, verzoeksters in het incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para>advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als Walmaro en verweersters gezamenlijk als Nationale-Nederlanden c.s.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
    <para>a.	de beschikking in de zaak C09/509738/HA RK 16-224 van de rechtbank Den Haag van 25 augustus 2016;</para>
    <para>b.	de beslissing in de zaak 200.197.769 van het gerechtshof Den Haag van 23 mei 2017. </para>
    <para>	De beslissing van het hof is aan deze beschikking gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen de beslissing van het hof heeft Walmaro beroep in cassatie ingesteld. Nationale-Nederlanden c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest<?linebreak?>en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>	Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van zowel het principaal als het incidenteel cassatieberoep.</para>
      <para>	De advocaat van Walmaro heeft bij brief van 18 april 2018 op die conclusie gereageerd; de advocaat van Nationale-Nederlanden c.s. heeft dat gedaan bij brief van 20 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep </title>
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Walmaro in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nationale-Nederlanden c.s. begroot op € 854,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Walmaro deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Nationale-Nederlanden c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Walmaro begroot op € 68,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op <emphasis role="underline">8 juni 2018</emphasis>.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>