<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T12:14:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/00352</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2018:449" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:449</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2018/604</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2018-0210</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:698">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:698</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-15T09:25:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:698 Hoge Raad , 15-05-2018 / 15/00352</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:698:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overtreding APV Den Haag. Ktr in Rb heeft in stempelvonnis eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Vonnis aangetekend op wijze als in wet voorzien? Art. 395.2 en 395a.1 Sv en art. 2 Regeling aantekening mondeling vonnis. Ktr heeft in het p-v van de tz. wat betreft de uitspraak volstaan met een verwijzing naar een gewaarmerkte aantekening a.b.i. art. 395a.1 Sv (stempelvonnis). In deze aantekening ontbreken o.m. gebezigde b.m. en andere gronden voor de bewezenverklaring. Vonnis Ktr voldoet aldus niet aan eisen van art. 395.2 Sv jo. art. 2 Regeling aantekening mondeling vonnis. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG maakt voorafgaande opmerkingen over ontvankelijkheid cassatieberoep: Omstandigheid dat Rb cassatie-akte niet onverwijld heeft opgemaakt, kan verdachte niet worden tegengeworpen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:698:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>15 mei 2018</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 15/00352</para>
    <para>DOo/EC</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para> </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Rechtbank Den Haag, sector Kanton, van 21 januari 2015, nummer 96/228549-14, in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [verdachte]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste middel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt dat het vonnis van de Kantonrechter niet is aangetekend op de wijze als in de wet voorzien.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>Het procesverloop in deze zaak is weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 9. De voor de beoordeling van het middel van belang zijnde stukken van het geding zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 en 15. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Samengevat gaat het in deze zaak om het volgende. De Kantonrechter in de Rechtbank Den Haag heeft bij - op tegenspraak gewezen - vonnis van 21 januari 2015 de eerder tegen de verdachte uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en de verdachte schuldig verklaard zonder oplegging van straf ter zake een overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening Den Haag 2013. Tegen dit vonnis – waartegen op grond van art. 404, tweede lid aanhef en onder a, Sv geen hoger beroep openstaat – is door de verdachte tijdig beroep in cassatie ingesteld. De Kantonrechter heeft in het proces-verbaal van de terechtzitting wat betreft de uitspraak volstaan met een verwijzing naar een gewaarmerkte aantekening als bedoeld in art. 395a, eerste lid, Sv (een zogenoemd stempelvonnis). In deze aantekening ontbreken – onder meer – de gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het vonnis van de Kantonrechter voldoet aldus niet aan de eisen van art. 395, tweede lid, Sv in verbinding met art. 2 Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling van strafzaken in hoger beroep. Het middel klaagt daarover terecht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>	vernietigt de bestreden uitspraak;</para>
      <para>	wijst de zaak terug naar de Rechtbank Den Haag, sector Kanton, opdat de zaak op de oproeping als bedoeld in art. 257f Sv opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">15 mei 2018</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>