<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:59:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/05899</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2018:243" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:243</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2018/475</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2018-0144</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:456">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-27T16:38:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:456 Hoge Raad , 27-03-2018 / 16/05899</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:456:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onderzoek ter terechtzitting in het openbaar? In aanmerking genomen de inhoud van het p-v  ttz. van 1 december 2015 (dat inhoudt dat het o.t.t.z. op die datum in het openbaar is geschied) ) en gelet op de inhoud van de o.g.v. art. 83 RO ingewonnen inlichtingen moet het ervoor worden gehouden dat als gevolg van een kennelijke misslag in het p-v  ttz. in h.b. van 31 oktober 2016 is opgenomen dat de tz. niet in het openbaar is gehouden en is verzuimd daarin op te nemen dat het aldaar plaatsgevonden onderzoek in het openbaar is geschied. De HR leest het p-v met verbetering van die misslagen. Daardoor mist het middel feitelijke grondslag, zodat het niet tot cassatie kan leiden. Volgt verwerping.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:456:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>27 maart 2018</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 16/05899</para>
    <para>IV/CeH</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 14 november 2016, nummer 21/007445-13, in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [verdachte]
        </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het eerste middel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2016 niet in het openbaar is geschied.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2016 houdt in dat het aldaar plaatsgevonden onderzoek niet in het openbaar is geschied. Het houdt voorts onder meer in dat het onderzoek ter terechtzitting is voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing daarvan ter terechtzitting van 1 december 2015. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 1 december 2015 houdt echter in dat het aldaar plaatsgevonden onderzoek in het openbaar is geschied.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De Hoge Raad heeft op de voet van art. 83 RO inlichtingen ingewonnen bij de voorzitter van het Hof met betrekking tot de terechtzitting van 31 oktober 2016. Deze heeft bij brief van 18 december 2017 aan de Hoge Raad het volgende medegedeeld:</para>
          <para>"Met betrekking tot uw verzoek om nadere inlichtingen over het in bovengenoemde strafzaak opgemaakte zittingsproces-verbaal kan ik u het volgende meedelen:</para>
          <para>Na eerst mijn eigen zittingsaantekeningen te hebben opgespoord - waarin ik overigens niets ter zake doende aantrof - heb ik mij verstaan met de betrokken griffier (...). Van hem ontving ik het navolgende bericht:</para>
          <para>(...)</para>
          <para>Ik heb eerst mijn zittingsaantekeningen erbij gepakt. Daarin staat niets over een niet openbare behandeling. Daarna heb ik in Outlook gekeken of er emailverkeer is geweest inzake de zaak [verdachte]. Dat is er, maar ook daarin lees ik niets over een behandeling achter gesloten deuren.</para>
          <para>Per abuis is in dat proces-verbaal opgenomen dat het een niet openbare behandeling betreft. Ik heb het sterke vermoeden dat ik een proces-verbaal van een andere zaak (jeugdzaak) heb gekopieerd in Word en heb bewerkt, zij het dat daarbij niet alle onderdelen goed zijn aangepast.</para>
          <para>Op grond van het vorenstaande kom ik tot de conclusie dat er sprake is geweest van een dubbele omissie. Ten onrechte staat opgenomen dat de zitting achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden en mijn oog is hier niet op gevallen bij het corrigeren en ondertekenen van het concept, hetgeen ik vanzelfsprekend betreur. (...)"</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>In aanmerking genomen de inhoud van het proces-verbaal van de terechtzitting van 1 december 2015 en gelet op de inhoud van voornoemde brief moet het ervoor worden gehouden dat als gevolg van een kennelijke misslag in het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2016 is opgenomen dat de terechtzitting niet in het openbaar is gehouden en is verzuimd daarin op te nemen dat het aldaar plaatsgevonden onderzoek in het openbaar is geschied. De Hoge Raad leest het proces-verbaal met verbetering van die misslagen. Daardoor mist het middel feitelijke grondslag, zodat het niet tot cassatie kan leiden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de overige middelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">27 maart 2018</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>