<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:2291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:56:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/01452</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2018:1178" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1178</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2019/20</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2019/54</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2019/94 met annotatie van W.H. Vellinga</rdf:li>
          <rdf:li>JOW 2019/3</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:2291">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:2291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-11T16:16:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:2291 Hoge Raad , 11-12-2018 / 17/01452</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:2291:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag, beslag ex art. 94a Sv op huurpenningen van groot aantal panden van klager i.h.k.v. verdenking t.z.v. (gewoonte)witwassen, valsheid in geschrift en oplichting. Beschikking meervoudige kamer Rb is in strijd met art. 24.2 Sv niet ondertekend door voorzitter Rb en griffier, noch door één van de andere rechters, terwijl beschikking enkel vermeldt dat jongste rechter buiten staat is beschikking mede te ondertekenen en kopie conform stempel bevat met paraaf griffier. Leidt verzuim t.a.v. ondertekening beschikking tot nietigheid? Belang bij cassatie, nu m.b.v. toenmalige raadsman klager alsnog ondertekend exemplaar beschikking boven water is gekomen? Bij de aan HR gezonden stukken bevindt zich fotokopie van beschikking Rb, welke beschikking niet door voorzitter noch door griffier is ondertekend. Op deze fotokopie is een door griffier gewaarmerkte stempelafdruk "voor fotokopie conform" geplaatst. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat griffier aldus heeft vastgesteld dat deze fotokopie dezelfde inhoud heeft als de door Rb gewezen en uitgesproken beschikking. Opvatting dat voorschrift van art. 24.2 Sv inzake de ondertekening van de beschikking van zodanig essentiële aard is dat de enkele niet-naleving daarvan nietigheid tot gevolg heeft, is - mede gelet op de wetsgeschiedenis - onjuist. Volgt verwerping.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:2291:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>11 december 2018</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 17/01452 B</para>
    <para>SG/CB</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 7 februari 2017, nummer RK 16/006625, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [klager]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het tweede middel </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt dat de beschikking van de Rechtbank in strijd met art. 24, tweede lid, Sv niet is ondertekend door de voorzitter van de (meervoudige kamer van de) Rechtbank noch door de griffier. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij de op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich een fotokopie van de in het middel genoemde beschikking, welke beschikking niet door de voorzitter noch door de griffier is ondertekend. Op deze fotokopie is een door de griffier gewaarmerkte stempelafdruk "voor fotokopie conform" geplaatst. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat de griffier aldus heeft vastgesteld dat deze fotokopie dezelfde inhoud heeft als de door de Rechtbank gewezen en uitgesproken beschikking. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Art. 24, tweede en derde lid, Sv luidt:</para>
        <para>"2. De beschikking vermeldt de namen van de leden van het college, door wie en de dag waarop zij is gewezen. Zij wordt ondertekend door de voorzitter en de griffier die bij de behandeling tegenwoordig is geweest.</para>
        <para>3. Bij ontstentenis van de voorzitter tekent een lid van de raadkamer. Indien de griffier niet tot ondertekening in staat is wordt daarvan in de beschikking melding gemaakt."</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het middel berust op de opvatting dat het voorschrift van art. 24, tweede lid, Sv inzake de ondertekening van de beschikking van zodanig essentiële aard is dat de enkele niet-naleving daarvan nietigheid tot gevolg heeft. Die opvatting is - mede gelet op de wetsgeschiedenis die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.8 sub 4.7 is weergegeven - evenwel onjuist. Daarom faalt het middel. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het eerste middel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">11 december 2018</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>