<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:2108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:53:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/03385</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2018:1114" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:1114, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2018/1267</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2019, afl. 1, p. 31</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:2108">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:2108</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-15T16:38:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:2108 Hoge Raad , 16-11-2018 / 17/03385</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:2108:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst (en aanvullende overeenkomst) tot stand gekomen? (Schijn van) vertegenwoordigingsbevoegdheid? Art. 3:61 lid 2 BW; art. 3:33 BW. Overleg vereist voor inroepen ontbindende voorwaarde? Passeren bewijsaanbod.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:2108:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <parablock>
      <para>16 november 2018</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>17/03385</para>
      <para>TT/IF</para>
      <para />
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
      <para />
      <para>Arrest</para>
      <para>in de zaak van:</para>
      <para />
      <para>1. [eiseres 1] , voorheen [A] B.V., </para>
      <para>2. [eiseres 2] , voorheen [B] B.V. en voordien B.V. [C] ,<?linebreak?>beide gevestigd te [plaats] , </para>
      <para />
      <para>EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. P.A. Fruytier,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. [verweerder 1] ,</para>
      <para>2. [verweerster 2] ,</para>
      <para>3. [verweerster 3] ,</para>
      <para>4. [verweerster 4] ,<?linebreak?>allen wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. M.A.M. Wagemakers.</para>
    </parablock>
    <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] c.s. en [verweerder] c.s.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
    <para>a.	de vonnissen in de zaak 188707/HA ZA 09-1482 van de rechtbank Arnhem van 4 november 2009 en 13 oktober 2010;</para>
    <para>b. het arrest in de zaak 200.082.897 van het gerechtshof Arnhem van 3 april 2012;</para>
    <para>c.	de vonnissen in de zaak 188707/HA ZA 09-1482 van de rechtbank Oost-Nederland van 27 maart 2013 en van de rechtbank Gelderland van 23 april 2014;</para>
    <para>d.	het arrest in de zaak 200.153.247 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 april 2017.</para>
    <para>	Het arrest van het hof Arnhem en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem en dat van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.</para>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] c.s. mede door mr. R.R. Oudijk.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.</para>
      <para>	De advocaat van [eiseres] c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel in het principale beroep </title>
    <parablock>
      <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para>	Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het principale beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 2.023,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op <emphasis role="underline">16 november 2018</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>