<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:1974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:23:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/03642</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2018:855" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:855, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2017:2132" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2017:2132, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2018/1164</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:1974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:1974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-18T16:55:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:1974 Hoge Raad , 19-10-2018 / 17/03642</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:1974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Auteursrecht. Procesrecht. Kort geding over rechten op tv-format van quiz (‘Eindspel’). Maatstaf voor toewijzing vordering in kort geding; motivering belangenafweging; devolutieve werking. Proceskostenveroordeling op de voet van art. 1019h Rv; indicatietarieven 2017.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:1974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>19 oktober 2018 </para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>17/03642</para>
    <para>TT/AR</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para>Arrest</para>
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtspersoon naar vreemd recht ITV GLOBAL ENTERTAINMENT LIMITED,<?linebreak?>gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, </para>
      <para />
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. R.L.M.M. Tan,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>MC&amp;F BROADCASTING PRODUCTION AND DISTRIBUTION C.V.,<?linebreak?>gevestigd te Amsterdam, </para>
      <para />
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. W.A. Hoyng.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ITV en MC&amp;F.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: </para>
    <para>a.	het vonnis in de zaak C/13/611778/KG ZA 16-834 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 26 augustus 2016;</para>
    <para>b.	het arrest in de zaak 200.200.885/01 KG van het gerechtshof Amsterdam van 6 juni 2017. </para>
    <para>	Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het hof heeft ITV beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	MC&amp;F heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.</para>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor MC&amp;F mede door F.W.E. Eijsvogels.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.</para>
      <para>De advocaat van ITV heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <para>MC&amp;F vordert vergoeding van haar kosten op de voet van art. 1019h Rv. Zij heeft die kosten gespecificeerd en begroot op € 32.038,-- inclusief griffierecht. ITV heeft zich ter zake gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <para>In cassatie zijn de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad, versie 2017, van toepassing. Nu een referte aan het oordeel van de rechter niet kan worden aangemerkt als uitdrukkelijke overeenstemming als bedoeld in punt 4 van de Indicatietarieven, zal de Hoge Raad overeenkomstig het bepaalde in punt 7 het maximale tarief voor de categorie ‘eenvoudig’ toepassen (€ 10.000,--), vermeerderd met € 3.000,-- voor de conclusie van dupliek, en het griffierecht ter hoogte van € 783,--. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt ITV in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MC&amp;F begroot op € 783,-- aan verschotten en € 13.000,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ITV deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op <emphasis role="underline">19 oktober 2018</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>