<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:1969</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:49:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/00878</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#uitspraakNaPrejudicieleBeslissing">Uitspraak na prejudiciële beslissing</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2015:30" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2015:30, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2018/2245</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2018/56.9</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/2389 met annotatie van Michael van Gijlswijk</rdf:li>
          <rdf:li>FED 2019/7 met annotatie van J.J. van den Broek</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2019/33 met annotatie van S.C.W. DOUMA</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2018/2532 met annotatie van mr. F. van Horzen</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2018-2751</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2018101904</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:1969">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:1969</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-18T09:59:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:1969 Hoge Raad , 19-10-2018 / 15/00878</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:1969:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vennootschapsbelasting. Art. 13 en 15 Wet Vpb 1969. Art. 49 VWEU. Een valutaverlies op een deelneming die in een andere lidstaat is gevestigd, kan niet in aftrek worden gebracht, ook niet met een beroep op het arrest HvJ Groupe Steria. Eindarrest na HvJ 22 februari 2018, X B.V. en X N.V., C 398/16 en C-399/16, ECLI:EU:C:2018:110.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:1969:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>19 oktober 2018</para>
    <para>nr. 15/00878bis</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het beroep in cassatie van de <emphasis role="underline">Staatssecretaris van Financiën</emphasis> tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof Den Haag</emphasis> van 13 januari 2015, nrs. BK-14/00254 en BK‑14/00255, na beantwoording van de door de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Voor een overzicht van het geding in cassatie tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 8 juli 2016, nr. 15/00878, ECLI:NL:HR:2016:1351, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vragen.</para>
      <para>Bij arrest van 22 februari 2018, X B.V. en X N.V., C‑398/16 en C-399/16, ECLI:EU:C:2018:110, heeft het Hof van Justitie, uitspraak doende op die vragen, voor recht verklaard: </para>
      <para>“De artikelen 49 en 54 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een nationale regeling als die in het hoofdgeding, op grond waarvan een in een lidstaat gevestigde moedervennootschap geen waardeverliezen als gevolg van wisselkoersschommelingen op het bedrag van haar deelneming in een in een andere lidstaat gevestigde dochtervennootschap op haar winst in mindering mag brengen, wanneer diezelfde regeling niet symmetrisch daaraan voorziet in belastingheffing over de meerwaarden die uit die schommelingen resulteren.”         </para>
      <para>Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op dit arrest.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 12 juni 2018 nader geconcludeerd tot het gegrond verklaren van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2018:687).</para>
      <para>Belanghebbende heeft schriftelijk gereageerd op de nadere conclusie van de Advocaat-Generaal.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Nadere beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit de hiervoor in onderdeel 1 weergegeven verklaring voor recht volgt dat het in cassatie bestreden oordeel van het Hof, weergegeven in 2.3 van het hiervoor in onderdeel 1 vermelde arrest van de Hoge Raad, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Het middel slaagt daarom.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor in 2.1 is overwogen, kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. De uitspraak van de Rechtbank, waarbij het beroep van belanghebbende ongegrond is verklaard, moet worden bevestigd.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Proceskosten</title>
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verklaart het beroep in cassatie gegrond,</para>
      <para>vernietigt de uitspraak van het Hof, en</para>
      <para>bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren J.A.C.A. Overgaauw, P.M.F. van Loon, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>