<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2018:1152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:55:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/06085</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2018:776" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2018:776</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW2018/949</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2018-0307</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:1152">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2018:1152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-11T07:51:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2018:1152 Hoge Raad , 10-07-2018 / 16/06085</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2018:1152:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betekening appeldagvaarding, schrijfwijze van adres in Roemenië. Appeldagvaarding verzonden naar Roemeens adres dat qua schrijfwijze (ander nummer) afwijkt van Roemeense adressen in appelakte en schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b. Kon Hof ervan uitgaan dat adres waaraan appeldagvaarding is verzonden laatst bekend adres van verdachte in buitenland was a.b.i. art. 588.2 Sv? Appeldagvaarding is verzonden naar het in p-v van tz. in h.b. vermelde adres A nr. 1 in Roemenië en retour gekomen, terwijl in appelakte als adres van verdachte is genoteerd adres A nr. 2 in Roemenië en in schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen h.b. als adres van verdachte is genoteerd adres A nr. 3 in Roemenië. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5163, rov. 3.19 m.b.t. betekening dagvaarding in geval van bekendheid van adres van verdachte in het buitenland. In de bestreden uitspraak ligt als ‘s Hofs oordeel besloten dat appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend door toezending daarvan door OM aan het adres A nr. 1 in Roemenië. Hof heeft aan dat oordeel klaarblijkelijk ten grondslag gelegd dat dit adres heeft te gelden als het laatst bekende adres van verdachte in het buitenland. Gelet op de inhoud van de stukken van het geding is dit oordeel zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. HR verklaart appeldagvaarding nietig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2018:1152:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>10 juli 2018</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 16/06085</para>
    <para>LBS/AJ</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 16 november 2016, nummer 21/001077-16, in de strafzaak tegen:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [verdachte]
        </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Beoordeling van het middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend. Het voert daartoe aan dat deze dagvaarding niet is verzonden naar het bij het instellen van het hoger beroep opgegeven adres van de verdachte in Roemenië.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep onder verwijzing naar art. 416, tweede lid, Sv. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep is verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in:</para>
          <para>"De voorzitter deelt mee dat het hof ervan uitgaat dat het juiste adres van verdachte te Boekarest in Roemenië [a-straat] 30 is en niet [a-straat] 30 30 zoals abusievelijk in de appelakte is vermeld."</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg houdt in als adres van de verdachte [a-straat] 30 30 te Boekarest in Roemenië. De overige voor de beoordeling van het middel van belang zijnde stukken zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.2 en 3.3. Kort samengevat houden deze stukken in dat: </para>
        </parablock>
        <para>- de appeldagvaarding is betekend aan de griffier omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was en is verzonden aan het van de verdachte bekende adres in Roemenië, [a-straat] 30 te Boekarest en retour is gekomen;</para>
        <para>- in de appelakte als adres van de verdachte is genoteerd [a-straat] 30 30 te Boekarest;</para>
        <para>- in de door een advocaat verstrekte schriftelijke bijzondere volmacht tot het instellen van hoger beroep als adres van de verdachte is genoteerd [a-straat] nr. 30 sector 3 te Boekarest.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Indien op grond van het daartoe ingestelde onderzoek als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte niet is ingeschreven in een BRP en niet in Nederland is gedetineerd, en van hem ook niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland maar wel een adres in het buitenland bekend is, geschiedt de betekening van de dagvaarding door toezending van de dagvaarding door het openbaar ministerie hetzij rechtstreeks aan het laatst bekende adres van de verdachte in het buitenland, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie (art. 588, tweede lid, Sv). Door die toezending is de dagvaarding rechtsgeldig betekend. (Vgl. HR 12 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5163, NJ 2002/317, rov. 3.19.)</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>In de bestreden uitspraak ligt als het oordeel van het Hof besloten dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend door toezending daarvan door het Openbaar Ministerie aan het adres [a-straat] 30 te Boekarest in Roemenië. Het Hof heeft aan dat oordeel klaarblijkelijk ten grondslag gelegd dat dit adres heeft te gelden als het laatst bekende adres van de verdachte in het buitenland als hiervoor onder 2.3 bedoeld.</para>
        <para>Gelet op de inhoud van de hiervoor onder 2.2.2 vermelde stukken van het geding is dit oordeel zonder nadere doch ontbrekende motivering niet begrijpelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het middel is gegrond. De Hoge Raad zal de appeldagvaarding nietig verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>	vernietigt de bestreden uitspraak;</para>
      <para>	verklaart de appeldagvaarding nietig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in het bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">10 juli 2018</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>