<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2017:492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:18:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/00464</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2017:17" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:17, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2015:3932" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:3932, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830">Wet op de rechterlijke organisatie</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289">Burgerlijk Wetboek Boek 6</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289&amp;artikel=2">Burgerlijk Wetboek Boek 6 2</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289&amp;artikel=248">Burgerlijk Wetboek Boek 6 248</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290">Burgerlijk Wetboek Boek 7</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005290&amp;artikel=611">Burgerlijk Wetboek Boek 7 611</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2017/374</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/1503</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2017/114</rdf:li>
          <rdf:li>JAR 2017/113</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2017-0349</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2017-0349</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:492">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:492</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-23T16:36:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2017:492 Hoge Raad , 24-03-2017 / 16/00464</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2017:492:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Gelijke beloning, maatstaf. Invoering nieuw beloningssysteem; vraag hoe de werknemers moeten worden ingeschaald. Uitleg vordering werknemers.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2017:492:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>24 maart 2017</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>16/00464</para>
    <para>EV/IF</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [eiser 1] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>2. [eiseres 2] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>3. [eiser 3] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>4. [eiser 4] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>5. [eiser 5] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>6. [eiser 6] ,</para>
      <para>                         wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>7. [eiser 7] ,                  </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>8. [eiser 8] ,</para>
      <para>Wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>9. [eiseres 9] ,     </para>
      <para>    wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>10. [eiser 10] ,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>11. [eiser 11] ,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>12. [eiser 12] ,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>13. [eiser 13] ,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>14. [eiser 14] ,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>15. [eiser 15] ,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>16. [eiser 16] ,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>17. [eiser 17] ,</para>
      <para>    wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>EISERS tot cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat:  mr. J. den Hoed,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>  		t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>N.V. HVC,<?linebreak?>gevestigd te Alkmaar, </para>
      <para />
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. S.F. Sagel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de werknemers en HVC.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <para>a.	de vonnissen in de zaak 2278235 CV EXPL 13-3343 van de kantonrechter te Alkmaar van 18 september 2013 en 22 oktober 2014;</para>
    <para>b.	het arrest in de zaak 200.164.895/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 september 2015. </para>
    <para>	Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het hof hebben de werknemers beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	HVC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. </para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.</para>
      <para>	De advocaat van de werknemers heeft bij brief van 27 januari 2017 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad:</para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>	veroordeelt de werknemers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HVC begroot op € 848,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. de Groot, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">24 maart 2017</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>