<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2017:359</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T19:37:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16/03474</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2017:36" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:36, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2017/318</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2017/92</rdf:li>
          <rdf:li>RFR 2017/83</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:359">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:359</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-02T16:22:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2017:359 Hoge Raad , 03-03-2017 / 16/03474</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2017:359:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht, procesrecht. Afwijzing verzoek van moeder en grootvader van minderjarige tot gezamenlijk gezag; art. 1:253t BW. Niet-ontvankelijkheid incidenteel appel vanwege niet-ontvankelijkheid principaal appel? Ontbreken van grieven in incidenteel appel? Ambtshalve benoeming door hof van bijzondere curator; art. 1:250 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2017:359:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>3 maart 2017</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>16/03474</para>
    <para>TT/AS</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [de moeder] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>2. [de grootvader] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>VERZOEKERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,<?linebreak?>gevestigd te 's-Hertogenbosch, </para>
      <para />
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para />
      <para>niet verschenen,</para>
      <para />
      <para>                en</para>
      <para>Mr. Geeske Virginie VAN CAMPEN </para>
      <para>in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige [dochter] ,<?linebreak?>kantoorhoudende te 's-Hertogenbosch,</para>
      <para />
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,</para>
      <para />
      <para>                 en</para>
      <para />
      <para>
        [de vader] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. S. Kousedghi.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de grootvader. Verweerders zullen hierna ook worden aangeduid als de raad, de bijzonder curator en de vader.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <para>a.	de beschikking in de zaak C/01/283839/FA RK 14-5025 van de rechtbank Oost-Brabant van 20 februari 2015;</para>
    <para>b.	de beschikkingen in de zaak F 200.170.154./01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 november 2015 en 7 april 2016. </para>
    <para>	De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen de beschikkingen van het hof hebben de moeder en de grootvader beroep in cassatie ingesteld. </para>
      <para>De raad heeft geen verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De bijzonder curator heeft geconcludeerd tot verwerping. De vader heeft geconcludeerd tot verwerping en heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest, het aanvullend verzoekschrift het verweerschrift en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>De moeder en de grootvader hebben in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de middelen in het principale beroep </title>
    <parablock>
      <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para>	Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>	De Hoge Raad verwerpt het principale beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">3 maart 2017</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>