<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2017:337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T19:16:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/02808</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2017:107" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:107, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903">Wetboek van Strafvordering</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=94a">Wetboek van Strafvordering 94a</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=552a">Wetboek van Strafvordering 552a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2017-0225</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2017/110</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:337">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:337</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-01T10:17:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2017:337 Hoge Raad , 14-02-2017 / 15/02808</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2017:337:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onroerende zaken van BV i.h.k.v. ontnemingszaak tegen (indirect) bestuurder/enig aandeelhouder. B.V. n-o verklaard in klaagschrift, nu dit niet is ingediend binnen 3 maanden na onherroepelijk geworden uitspraak in ontnemingszaak tegen bestuurder/enig aandeelhouder. Art. 552a.3 Sv. Geen verontschuldigbare termijnoverschrijding. Casus: Op 3-4-2008 is beslag gelegd op registergoederen, waarna op 27-5-2011 onherroepelijk uitspraak is gedaan in ontnemingszaak. Op 20-1-2015 is namens klaagster een klaagschrift ingediend. HR: Op de gronden die zijn vermeld in de CAG kan het middel niet tot cassatie leiden. CAG: ’s Hofs oordeel dat klaagster reeds op 3-4-2008 op de hoogte was van beslagleggingen, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Beslissing tot strafrechtelijke inbeslagname van registergoederen is immers op die datum overeenkomstig toepasselijke bepalingen uit Rv rechtsgeldig betekend aan bestuurder/enig aandeelhouder. P-v van inbeslagneming is ingeschreven in openbare registers. Uitspraken Hof in strafzaak en ontnemingszaak tegen bestuurder/enig aandeelhouder zijn op tegenspraak gewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2017:337:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>14 februari 2017</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 15/02808 B</para>
    <para>ABO</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2015, nummer R000200-15, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [klaagster]
      </emphasis>, gevestigd te [vestigingsplaats].</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt dat het Hof de klaagster ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.9 kan het middel niet tot cassatie leiden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">14 februari 2017</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>