<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2017:3129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:35:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/03158</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2017:1663" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2017:1663, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/0001 met annotatie van Heleen Elbert</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2017/62.14</rdf:li>
          <rdf:li>VFP 2018/16</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2017/2957</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2018/53</rdf:li>
          <rdf:li>FED 2018/47 met annotatie van J.W.J. De Kort</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2018/21 met annotatie van mr. J.A.W. Vrolijks</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2017-3150</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2017121519</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:3129">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:3129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-13T12:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2017:3129 Hoge Raad , 15-12-2017 / 17/03158</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2017:3129:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 6.27 Wet IB 2001, kosten inburgeringscursus geen scholingsuitgaven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2017:3129:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>15 december 2017</para>
    <para>nr. 17/03158</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het beroep in cassatie van <emphasis role="underline">[X] </emphasis>te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis> (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof Den Haag</emphasis> van 6 juni 2017, nr. BK-16/00512, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 16/4629) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV). De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de klachten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. </para>
      <paragroup>
        <nr>2.1.1.</nr>
        <para>Belanghebbende is op 12 september 2014 gehuwd met zijn uit China afkomstige partner. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.1.2.</nr>
        <para>Belanghebbende heeft als persoonsgebonden aftrek in zijn aangifte IB/PVV 2014 een bedrag van € 1421 aan scholingsuitgaven opgevoerd. Dit betreft kosten van een door zijn partner gevolgde inburgeringscursus en de daarvoor benodigde leerboeken (hierna: de kosten). </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.1.3.</nr>
        <para>Bij de aanslagregeling heeft de Inspecteur de opgevoerde scholingsuitgaven niet in aftrek toegestaan.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <para>Voor het Hof was in geschil of de kosten in aftrek kunnen worden gebracht als scholingsuitgaven. </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <para>Het Hof heeft geoordeeld dat de kosten niet als scholingsuitgaven in aanmerking kunnen worden genomen. </para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De klacht die zich richt tegen het in 2.2.2 vermelde oordeel faalt. Scholingsuitgaven komen volgens artikel 6.27, lid 1, Wet IB 2001 voor aftrek in aanmerking als de opleiding wordt gevolgd met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning. Het succesvol volgen van een inburgeringscursus is een voorwaarde voor rechtmatig verblijf in Nederland. Voor degene die een inburgeringscursus volgt om in Nederland te mogen verblijven, staan de daaraan verbonden kosten in een te ver verwijderd verband tot een concrete vorm van inkomensverwerving om te kunnen worden aangemerkt als scholingsuitgaven. Opmerking verdient dat, anders dan het Hof heeft aangenomen, bijzondere omstandigheden geen aanleiding kunnen geven om van deze regel af te wijken. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De overige klachten kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Proceskosten</title>
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>