<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2017:2196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:20:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">17/02153</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/4473</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2017/1660</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2017/915</rdf:li>
          <rdf:li>JBPr 2018/29 met annotatie van mr. R. Jansen</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2018/365 met annotatie van F.M.J. Verstijlen</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:2196">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:2196</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-25T10:42:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2017:2196 Hoge Raad , 25-08-2017 / 17/02153</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2017:2196:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procesrecht. Art. 29 lid 2 Rv. Vervolg op HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1280. Gedeeltelijke opheffing van de aan partijen en belanghebbenden opgelegde geheimhoudingsplicht als bedoeld in art. 29 lid 1 Rv, met het oog op een in het buitenland aanhangige procedure.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2017:2196:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>25 augustus 2017</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>17/02153</para>
    <para>RM/EE</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid OI BRASIL HOLDINGS COÖPERATIEF U.A.,<?linebreak?>gevestigd te Amsterdam, </para>
      <para />
      <para>VERZOEKSTER tot cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. B.I. Kraaipoel,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. CITADEL EQUITY FUND LTD.,<?linebreak?>gevestigd te Grand Cayman <?linebreak?>(Kaaiman Eilanden),</para>
      <para>2. SYZYGY CAPITAL MANAGEMENT LTD.,<?linebreak?>gevestigd te New York, <?linebreak?>Verenigde Staten van Amerika,<?linebreak?>3. TRINITY INVESTMENTS DESIGNATED    ACTIVITY COMPANY,<?linebreak?>gevestigd te Dublin, Ierland,</para>
      <para>4. YORK GLOBAL FINANCE FUND L.P.,<?linebreak?>gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, <?linebreak?></para>
      <para />
      <para>VERWEERSTERS in cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,</para>
      <para />
      <para>             e n</para>
      <para />
      <para>mr. J.R. Berkenbosch in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Oi Brasil Holdings Coöperatief U.A.,<?linebreak?>kantoorhoudende te Amsterdam, </para>
      <para />
      <para>BELANGHEBBENDE in cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. J.P. Heering, </para>
      <para />
      <para>Portugal Telecom International Finance B.V., <?linebreak?>gevestigd te Amsterdam, <?linebreak?></para>
      <para>BELANGHEBBENDE in cassatie, </para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. R.M. Hermans, </para>
      <para />
      <para>mr. J.L.M. Groenewegen in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Portugal Telecom International Finance B.V., <?linebreak?>kantoorhoudende te Amsterdam, </para>
      <para />
      <para>BELANGHEBBENDE in cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. T.T. van Zanten, </para>
      <para />
      <para>The Bank of New York Mellon,<?linebreak?>gevestigd te New York, <?linebreak?>Verenigde Staten van Amerika,  </para>
      <para />
      <para>BELANGHEBBENDE in cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. D. Rijpma, </para>
      <para />
      <para>Monarch Master Funding 2 (Luxembourg) S.à.r.l., <?linebreak?>gevestigd te Luxemburg, </para>
      <para />
      <para>BELANGHEBBENDE in cassatie,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Oi Coop en Citadel c.s. en belanghebbenden als de curator van Oi Coop, PTIF, de curator van PTIF, BNYM en Monarch.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking in deze zaak van 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1280.</para>
      <para>De curator van Oi Coop heeft zich tot de Hoge Raad gewend en op de voet van art. 29 lid 2 Rv opheffing verzocht in voege als hierna te bepalen, van het ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 13 juni 2017 opgelegde verbod aan derden mededelingen te doen omtrent het verhandelde tijdens die mondelinge behandeling en omtrent de inhoud van de processtukken.</para>
      <para>De advocaten van partijen en van de overige bij de mondelinge behandeling verschenen belanghebbenden hebben te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het verzoek.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal heeft te kennen gegeven ervan af te zien zich omtrent het verzoek uit te laten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek</title>
    <parablock>
      <para>	De curator van Oi Coop heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd, kort gezegd, dat hij namens Oi Coop in de Verenigde Staten van Amerika een ‘<emphasis role="italic">Chapter 15</emphasis>-procedure’ voert en dat hem in het kader van de <emphasis role="italic">discovery proceedings</emphasis> in die procedure namens obligatiehouders is gevraagd alle processtukken inzake de in Nederland gevoerde procedures, alsmede alle verslagen met betrekking tot de relevante mondelinge behandelingen, over te leggen. De Amerikaanse rechter, de <emphasis role="italic">United States Bankruptcy Court Southern District of New York</emphasis>, heeft bepaald dat de curator en Oi Coop zich gezamenlijk dienen in te spannen om het eerdergenoemde verbod (gedeeltelijk) te doen opheffen.</para>
      <para>	Het onweersproken en op de wet (art. 29 lid 2 Rv) gebaseerde verzoek is toewijsbaar als na te melden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Beschikking</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>heft op het verbod aan derden mededelingen te doen omtrent het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling in cassatie in deze zaak van 13 juni 2017 en omtrent de inhoud van de processtukken in cassatie in deze zaak, voor zover dat betreft: </para>
    </parablock>
    <para>- het overleggen aan de <emphasis role="italic">United States Bankruptcy Court Southern District of New York</emphasis> en de <emphasis role="italic">Chapter 15</emphasis>-partijen van de in cassatie ingediende processtukken (inclusief pleitnotities en correspondentie met de Hoge Raad), alsmede</para>
    <para>- het doen van mededelingen aan de <emphasis role="italic">United States Bankruptcy Court Southern District of New York</emphasis> en de <emphasis role="italic">Chapter 15</emphasis>-partijen van al hetgeen tijdens de mondelinge behandeling in cassatie op 13 juni 2017 is verhandeld,</para>
    <parablock>
      <para>alles mede omvattende de uitspraak van de Hoge Raad, en </para>
      <para>alles inclusief vertalingen in het Engels van al het vorenstaande en</para>
      <para>alles met de restrictie dat het de <emphasis role="italic">Chapter 15-</emphasis>partijen niet vrijstaat om deze informatie en stukken en de inhoud daarvan op enigerlei wijze en in welke vorm dan ook te gebruiken buiten de onderhavige <emphasis role="italic">Chapter 15</emphasis>-procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Deze beschikking is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, G. de Groot, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">25 augustus 2017</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>