<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:38:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">14/05592</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:53" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:53</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/588</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2016/172</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:754">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-28T10:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:754 Hoge Raad , 29-04-2016 / 14/05592</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:754:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Bewijsrecht, IPR. Vervolg op HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1585, NJ 2015/287. Valsheid handtekening; bewijslast. Toepasselijk recht op (voor)overeenkomst houdende schikking. Vaststellingsovereenkomst?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:754:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>29 april 2016</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>14/05592</para>
    <para>LZ/RB</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , België, </para>
      <para>EISER tot cassatie, verweerder in het (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep, </para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. M.B.A. Alkema,         thans mr. M. Littooij,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. mr. Jan Pieter VAN LOOF, in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van wijlen [A] , </para>
      <para>kantoorhoudende te Terneuzen, </para>
      <para>2. [verweerster 2] ,<?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, eisers in het (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep, </para>
      <para>advocaat: mr. R.P.J.L. Tjittes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] , verweerders als de erven respectievelijk [verweerster 2] , en gezamenlijk als de erven c.s.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding</title>
    <parablock>
      <para>	Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest in deze zaak van 12 juni 2015 ECL:NL:HR:2015:1585, NJ 2015/287. </para>
      <para>	Het arrest is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verdere verloop</title>
    <parablock>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de erven c.s. mede door mr. L. van den Eshof.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het principale beroep van [eiser] voor zover dit is gericht tegen de e-mailberichten van 7 juni 2013 en 24 januari 2014 en tot verwerping van dat beroep voor het overige, alsmede tot verwerping van het incidentele cassatieberoep.</para>
      <para>	De advocaat van [eiser] heeft bij brief van26 februari 2016 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep </title>
    <parablock>
      <para>      De in de onvoorwaardelijk voorgestelde middelen in het principale en het incidentele beroep aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. </para>
      <para>      Daarmee behoeft het incidentele beroep, voor zover het voorwaardelijk is ingesteld, geen behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
      <para> verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de erven c.s. begroot op € 841,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het onvoorwaardelijke incidentele beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt de erven c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">29 april 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>