<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:463</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:44:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/02635</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:128" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#contrair">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:128, Contrair</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/474</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2016-0154</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:463">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:463</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-23T08:45:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:463 Hoge Raad , 22-03-2016 / 15/02635</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:463:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening. De bij de aanvraag gevoegde brief van de Divisie Registratie en Informatie geeft steun aan de stelling waarop de aanvraag berust, t.w. dat de aanvrager ten tijde van de overtreding waarop de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd betrekking heeft, beschikte over een geldig rijbewijs. Dit gegeven levert het ernstige vermoeden op dat de Kantonrechter, ware deze daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:463:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>22 maart 2016</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 15/02635 H</para>
    <para>CB</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank 's-Gravenhage van 2 mei 2007, nummer 09/621758-07, ingediend door P. Scholte, advocaat te Amsterdam, namens:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [aanvrager]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De uitspraak waarvan herziening is gevraagd</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De Kantonrechter in de Rechtbank 's-Gravenhage heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een geldboete van € 220,-, subsidiair 4 dagen hechtenis, en 2 weken hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De aanvraag tot herziening</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat de aanvrager ten tijde van de bewezenverklaarde overtreding wel over een geldig rijbewijs beschikte.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De conclusie van de Advocaat-Generaal</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag ongegrond zal verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van de aanvraag</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De aanvrager is bij de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd veroordeeld voor het rijden zonder geldig rijbewijs op 29 november 2006, zulks - naar hij betoogt - ten onrechte. In dat verband verwijst hij naar een bij de aanvraag gevoegde brief van de Divisie Registratie en Informatie van 23 augustus 2013 die inhoudt dat op 6 januari 1999 een rijbewijs dat geldt voor motorrijtuigen van categorie B, is afgegeven aan [aanvrager] (geboren [geboortedatum] -1978). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Die brief geeft steun aan de stelling waarop de aanvraag berust, te weten dat de aanvrager ten tijde van de overtreding waarop de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd betrekking heeft, beschikte over een geldig rijbewijs. Dit gegeven levert het ernstige vermoeden op dat de Kantonrechter, ware deze daarmee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat hier sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is en als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	De Hoge Raad:</para>
      <para>	verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;</para>
      <para>	beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter;</para>
      <para>	verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.</para>
      <para />
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">22 maart 2016</emphasis>.</para>
      <para>Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>