<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:14:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/02356</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2015:2486" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2486, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2015:365" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:365, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2016/119</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2016/646</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/413</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:453">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:453</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-18T09:56:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:453 Hoge Raad , 18-03-2016 / 15/02356</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:453:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appelprocesrecht. Pilotreglement. Hof neemt per fax ingediende memorie van grieven niet in behandeling, art. 2.1 pilotreglement. HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1078, NJ 2015/209.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:453:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>18 maart 2016</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>15/02356</para>
    <para>EV/AS</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>EISER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. R.K. van der Brugge,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>WEBPOORT B.V., handelende onder de naam  [A] ,<?linebreak?>gevestigd te Oosterblokker, gemeente Drechterland,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Webpoort.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <para>a.	de vonnissen in de zaak 437587 CV EXPL 13-1184 van de kantonrechter te Hoorn van 29 juli 2013, 25 november 2013 en 28 april 2014;</para>
    <para>b.	het arrest in de zaak 200.156.859/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2015. </para>
    <para>	Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	Tegen Webpoort is verstek verleend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging van de rolbeschikking van 13 januari 2015 en het arrest van 10 februari 2015 van het gerechtshof Amsterdam en tot terugverwijzing naar dit hof.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">3.	Beoordeling van het middel</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.</para>
      <para>(i) 	Partijen zijn in 2008 overeengekomen dat Webpoort een website zou ontwerpen voor [eiser] voor de prijs van € 14.607,25 inclusief btw.</para>
      <parablock>
        <para>(ii) [eiser] heeft ontbinding van de overeenkomst gevorderd alsmede schadevergoeding op de grond dat Webpoort toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.</para>
        <para>(iii) De kantonrechter heeft bij tussenvonnis voor recht verklaard dat de overeenkomst is ontbonden.</para>
        <para>(iv) Bij eindvonnis heeft de kantonrechter de vordering tot schadevergoeding afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para>(v) [eiser] heeft hoger beroep ingesteld tegen het eindvonnis. Hem is uitstel verleend voor het nemen van een memorie van grieven tot 13 januari 2015.</para>
      <parablock>
        <para>(vi) [eiser] heeft op de rol van 13 januari 2015 geen memorie van grieven genomen. Wel heeft hij op 9 januari 2015 per telefax een memorie van grieven bij de griffie van het hof ingediend.</para>
        <para>(vii)	Het hof heeft [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van grieven. Het heeft daartoe kort gezegd overwogen dat de op 9 februari 2015 binnengekomen telefax niet in behandeling is genomen gelet op art. 2.1 van het pilotreglement van het gerechtshof Amsterdam. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het middel klaagt dat het hof ten onrechte de op 9 januari 2015 per telefax ter griffie van het hof binnengekomen memorie van grieven niet in behandeling heeft genomen op basis van art. 2.1 van het pilotreglement van het gerechtshof Amsterdam.</para>
        <para>	De klacht slaagt op de gronden als weergegeven in het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1078, NJ 2015/209.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Nu Webpoort de bestreden beslissing niet heeft uitgelokt of verdedigd, zullen de kosten van het geding in cassatie worden gereserveerd.	</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2015;</para>
      <para>wijst het geding terug naar dat hof  ter verdere behandeling en beslissing;</para>
      <para>reserveert de beslissing omtrent de kosten van het geding in cassatie tot de einduitspraak;</para>
      <para>begroot deze kosten tot op de uitspraak in cassatie aan de zijde van [eiser] op € 474,68 aan verschotten en € 2.600,--  voor salaris, en aan de zijde van Webpoort op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">18 maart 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>