<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:2657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:32:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/03863</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:1157" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#contrair">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:1157, Contrair</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/1225</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2017-0013</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-22T14:52:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:2657 Hoge Raad , 22-11-2016 / 15/03863</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:2657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Profijtontneming. Overschrijding redelijke termijn na terugwijzing door HR. Vervolg op ECLI:NL:HR:2013:BY8357. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD2578 inhoudende dat het oordeel van de feitenrechter inzake de redelijke termijn in cassatie slechts in beperkte mate kan worden getoetst. Het hof heeft bij zijn oordeel over de overschrijding van de redelijke termijn kennelijk betrokken dat het o.t.t.z. na terugwijzing o.v.v. de verdediging is geschorst. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. CAG: anders.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:2657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>22 november 2016</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 15/03863 P</para>
    <para>AJ/DAZ</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 augustus 2015, nummer 21/002922-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [betrokkene]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J. Michels, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt over het oordeel van het Hof met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.2.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Aan de aan de Hoge Raad gezonden stukken kan wat betreft het procesverloop in deze zaak het volgende worden ontleend.</para>
          <para>Bij arrest van 22 januari 2013 heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak teruggewezen naar het Hof. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 maart 2015 houdt in dat de raadsman van de betrokkene per fax van 19 maart 2015 heeft verzocht om "de behandeling van de zaak aan te houden omdat hij verhinderd is te verschijnen door acute gezondheidsklachten" en dat het Hof vervolgens het onderzoek voor onbepaalde tijd heeft geschorst. Ter terechtzitting van 24 juli 2015 heeft het Hof het onderzoek opnieuw aangevangen in verband met de gewijzigde samenstelling van het Hof. Het Hof heeft op 7 augustus 2015 uitspraak gedaan.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De bestreden uitspraak houdt in:</para>
          <para>"Nu het hof het vonnis van de eerste rechter heeft bevestigd ten aanzien van de vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel, komt het hof - evenals de rechtbank - tot een schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van 2.632 euro.</para>
          <para>Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in de onderhavige zaak in de fase van het huidige hoger beroep met ongeveer twee maanden is overschreden. Gelet op de lange duur van de totale procedure, maar voorts in aanmerking nemende dat sprake is van een zeer beperkte overschrijding van de redelijke termijn, ziet het hof aanleiding om de betalingsverplichting te matigen tot een bedrag van 2.500 euro."</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van het middel dient het volgende te worden vooropgesteld. Het oordeel van de feitenrechter inzake de redelijke termijn kan in cassatie slechts in beperkte mate worden getoetst, in die zin dat de Hoge Raad alleen kan onderzoeken of het oordeel niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk is in het licht van alle omstandigheden van het geval. Van onbegrijpelijkheid zal overigens niet licht sprake zijn omdat een dergelijk oordeel sterk verweven pleegt te zijn met waarderingen van feitelijke aard die zich onttrekken aan een beoordeling door de cassatierechter. Ook het rechtsgevolg dat de feitenrechter heeft verbonden aan de door hem vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn, kan slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst (vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, rov. 3.7).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Kennelijk heeft het Hof bij zijn oordeel over de overschrijding van de redelijke termijn betrokken - hetgeen het mocht doen - dat het onderzoek ter terechtzitting op 20 maart 2015 op verzoek van de raadsman van de betrokkene is geschorst. Gelet daarop alsmede op hetgeen onder 2.3 is vooropgesteld, is 's Hofs oordeel dat te dezen sprake is van een zeer beperkte overschrijding van de redelijke termijn van ongeveer twee maanden, niet onbegrijpelijk. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het middel faalt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">22 november 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>