<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:2575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T00:17:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/03774</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:927" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:927, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2015:3416" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:3416, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/3280</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2016/402</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/1155</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2016-0292</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2575">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2575</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-11T07:51:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:2575 Hoge Raad , 11-11-2016 / 15/03774</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:2575:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid. Te laat deponeren jaarrekening, art. 2:394 lid 3 BW. Onbelangrijk verzuim, art. 2:248 lid 2 BW. Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, art. 2:248 lid 2 BW. Matiging, art. 2:248 lid 4 BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:2575:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>11 november 2016</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>15/03774</para>
    <para>EE/JS</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [eiseres 1]</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats], </para>
      <para>EISERES tot cassatie, </para>
      <para>2. [eiseres 2], <?linebreak?>gevestigd te [vestigingsplaats], </para>
      <para>3. [eiseres 3],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, </para>
      <para>advocaat: mr. K. Aantjes,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. [verweerder 1],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>2. [verweerder 2],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], <?linebreak?>beiden in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van [A], </para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep, </para>
      <para>advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseressen] en de curatoren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <para>a.	het vonnis in de zaak 88418/HA ZA 06-648 van de rechtbank Groningen van 30 juli 2008;</para>
    <para>b.	de arresten in de zaak 200.012.530/01 van het gerechtshof Leeuwarden van 13 januari 2009, 22 juni 2010 en 16 augustus 2011 en van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2013, 21 januari 2014 en 12 mei 2015. </para>
    <para>	De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen de arresten van het hof hebben [eiseressen] beroep in cassatie ingesteld.</para>
      <para>	[eiseres 1] is op 13 november 2015 in staat van faillissement verklaard, zodat de procedure ten aanzien van haar van rechtswege is geschorst. </para>
      <para> 	De curatoren hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>	Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. </para>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de curatoren mede door mr. R.R. Verkerk en mr. J.R.M. Nelen. </para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep, waardoor de voorwaarde waaronder het incidentele cassatieberoep is ingesteld niet is vervuld.</para>
      <para>	De advocaat van [eiseressen] heeft bij brief van 30 september 2016 op die conclusie gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel in het principale beroep </title>
    <parablock>
      <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para>	Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.</para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">4. 	Beslissing</emphasis>
      </para>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verstaat dat het geding tussen [eiseres 1] en de curatoren is geschorst op 13 november 2015;</para>
      <para>verwerpt het principale beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiseres 2] en [eiseres 3] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curatoren begroot op € 2.008,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres 2] en [eiseres 3] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">11 november 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>