<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:2518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T00:40:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/04620</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:537" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:537, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHAMS:2015:2779" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:2779, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ARO 2016/149</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/1131</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2016/393</rdf:li>
          <rdf:li>RO 2017/12</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2017, afl. 1, p. 21</rdf:li>
          <rdf:li>OR-Updates.nl 2016-0279</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2518">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-04T09:14:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:2518 Hoge Raad , 04-11-2016 / 15/04620</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:2518:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Ontvankelijkheid gewezen aandeelhouders van SNS-bank na onherroepelijke onteigening van hun aandelen op grond van de Interventiewet. Verwijzing naar oordeel in zaak 15/04619 (ECLI:NL:HR:2016:2456).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:2518:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>4 november 2016</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>15/04620</para>
    <para>EE/AS</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. SRH N.V., voorheen SNS REAAL N.V.,<?linebreak?>gevestigd te Utrecht, </para>
      <para>2. SNS BANK N.V.,<?linebreak?>gevestigd te Utrecht, </para>
      <para>VERZOEKSTERS tot cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS, voorheen genaamd VEB NCVB,<?linebreak?>gevestigd te ’s-Gravenhage,</para>
      <para>2. [verweerder 2], <?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>3. [verweerder 3], <?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>4. [verweerster 4], <?linebreak?>gevestigd te [woonplaats], </para>
      <para>5. [verweerder 5], <?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>6. [verweerder 6], <?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>7. [verweerder 7], <?linebreak?>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>8. [verweerder 8], <?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, </para>
      <para>advocaten: mr. R.P.J.L. Tjittes en           mr. J.W. de Jong, </para>
      <para />
      <para>            e n </para>
      <para />
      <para>de stichting STICHTING BEHEER SNS REAAL,<?linebreak?>gevestigd te Utrecht, </para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink, </para>
      <para />
      <para>             e n </para>
      <para />
      <para>PROPERTIZE B.V.,<?linebreak?>gevestigd te Utrecht, </para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. F.E. Vermeulen, </para>
      <para />
      <para>             e n </para>
      <para />
      <para>1. de STAAT DER NEDERLANDEN,<?linebreak?>   zetelende te ’s-Gravenhage, </para>
      <para>2. de stichting STICHTING  ADMINISTRATIEKANTOOR BEHEER FINANCIËLE  INSTELLINGEN, <?linebreak?>   gevestigd te ’s-Gravenhage, </para>
      <para>VERWEERDERS in cassatie, </para>
      <para>advocaat: mr. J.W.H. van Wijk, </para>
      <para />
      <para>          e n </para>
      <para />
      <para>de stichting RESTITUTIE ONTEIGENDE OBLIGATIEHOUDERS SNS STICHTING, ook genoemd R.O.O.S. stichting, <?linebreak?>gevestigd te Amsterdam, </para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie, </para>
      <para>niet verschenen, </para>
      <para />
      <para>          e n </para>
      <para />
      <para>
        [A],<?linebreak?>wonende te [woonplaats], </para>
      <para>VERWEERDER in cassatie, </para>
      <para>advocaat: aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, thans mr. F.I. van Dorsser.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als SNS Reaal en SNS Bank en gezamenlijk als SNS Reaal c.s. Verweerders in cassatie zullen hierna respectievelijk worden aangeduid als VEB c.s., Stichting Beheer, Propertize, de Staat en NLFI (beide laatsten gezamenlijk als de Staat c.s.), R.O.O.S. Stichting en [A]. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instantie</title>
    <parablock>
      <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.159.002/01 OK van de ondernemingskamer in het gerechtshof Amsterdam van 8 juli 2015. </para>
      <para>	De beschikking van de ondernemingskamer is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen de beschikking van de ondernemingskamer hebben SNS Reaal c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	VEB c.s., Stichting Beheer en [A] hebben verzocht het beroep te verwerpen. Propertize en de Staat c.s. ondersteunen het cassatierekest. R.O.O.S. Stichting heeft geen verweerschrift ingediend. </para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.</para>
      <para>De advocaten van SNS Reaal c.s. en de advocaat van de Staat c.s. hebben elk bij brief van 8 juli 2016 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het middel kan niet tot cassatie leiden op de gronden vermeld in de heden uitgesproken beschikking in de zaak met nummer 15/04619, ECLI:NL:HR:2016:2456.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De Staat c.s. en Propertize hebben in hun verweerschriften steun betuigd aan het standpunt van SNS Reaal c.s. en zijn dus in deze procedure niet in het gelijk gesteld. SNS Reaal c.s. zullen daarom niet in hun proceskosten worden veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep; </para>
      <para>veroordeelt SNS Reaal c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VEB c.s. en Stichting Beheer elk begroot op € 845,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, aan de zijde van [A] begroot op € 390,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van R.O.O.S. Stichting begroot op nihil.ndriks elk begroot op zijde van R.O.O.S. Stichting op nihil.</para>
      <para />
      <para>	Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">4 november 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>