<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:2346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:35:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/02753</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:843" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:843, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2015:1702" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2015:1702, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2016/380</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/1062</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2016/78</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2346">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2346</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-17T08:12:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:2346 Hoge Raad , 14-10-2016 / 15/02753</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:2346:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Afwikkeling nalatenschap. Schadevordering wegens blokkering van de mogelijkheid tot levering van onroerende zaak aan derde. Onrechtmatig handelen door verkrijging van rechten van hypotheek? Verdeling van de schade (art. 6:101 BW). Samenhang met 15/02858, 15/02860 en 15/02861.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:2346:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>14 oktober 2016</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>15/02753</para>
    <para>EE/LZ</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>EISER tot cassatie, verweerder in het (deels voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep, </para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. [verweerder 1] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para />
      <para>2. erfgenamen [A] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>3. [verweerder 3] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>4. [verweerster 4] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para />
      <para>VERWEERDERS in cassatie, eisers in het (deels voorwaardelijke) incidentele cassatieberoep, </para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. T.T. van Zanten.</para>
    </parablock>
    <para>Eiser tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [eiser] en verweerders in cassatie als [verweerder] c.s.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <para>a.	de vonnissen in de zaak C/05/241399/HA ZA 13-217 van de rechtbank Gelderland van 26 juni 2013, 7 augustus 2013 en 5 februari 2014;</para>
    <para>b.	het arrest in de zaak 200.148.256 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2015. </para>
    <para>	Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord houdende (deels voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>	Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping. </para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt in het principale cassatieberoep en in het incidentele cassatieberoep tot verwerping.</para>
      <para>	De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 22 juli 2016 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.	Beoordeling van de middelen in het principale en in het (deels voorwaardelijke) incidentele beroep </emphasis>
      </para>
      <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 845,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [verweerder] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verweerder] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">14 oktober 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>