<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:2132</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:56:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/02042</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:773" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:773, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/996</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2016/1767</rdf:li>
          <rdf:li>SR-Updates.nl 2016-0368</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2132">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2132</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-20T14:46:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:2132 Hoge Raad , 20-09-2016 / 15/02042</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:2132:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Economische zaak. OM-cassatie en cassatie verdachte. Einduitspraak. Art. 138 Sv. De beslissing van de Rb tot n-o verklaring van de OvJ in de vervolging is een einduitspraak i.d.z.v. art. 138 Sv, waartegen ingevolge art. 404.1 Sv h.b. open staat, ook als bedoeld vonnis niet voldoet aan de voorschriften van art. 358 en 359 Sv. Samenhang met 15/02895 en eerdere arresten, o.m.  ECLI:NL:HR:2016:1. Middel verdachte kan onbesproken blijven. Volgt terugwijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:2132:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>20 september 2016</para>
    <para>Strafkamer</para>
    <para>nr. S 15/02042 E</para>
    <para>DAZ/SG</para>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para />
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, Economische Kamer, van 16 april 2015, nummer 21/003706-14, in de strafzaak tegen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [verdachte]
        </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beroepen zijn ingesteld door de verdachte en de Advocaat-Generaal bij het Hof. </para>
      <para>Namens de verdachte heeft K. Canatan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
      <para>De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
      <para>De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, Economische Kamer, teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2	Beoordeling van het door de Advocaat-Generaal bij het Hof voorgestelde middel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het middel klaagt dat het Hof de Officier van Justitie ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd niet-ontvankelijk heeft verklaard in het ingestelde hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De beslissing van de Rechtbank tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging is een einduitspraak in de zin van art. 138 Sv. Ingevolge art. 404, eerste lid, Sv staat tegen een dergelijke einduitspraak hoger beroep open. Het Hof heeft de Officier van Justitie dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep. De omstandigheid dat de Rechtbank heeft volstaan met het geven van een mondeling vonnis dat is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting, kan grond vormen voor vernietiging van dat vonnis in hoger beroep op de grond dat het niet aan de voorschriften van de art. 358 en 359 Sv voldoet, maar brengt niet mee dat geen sprake is van een einduitspraak waartegen hoger beroep kan worden ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het middel is terecht voorgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het namens de verdachte voorgestelde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de bestreden uitspraak;</para>
      <para>wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, Economische Kamer, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">20 september 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>