<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:2014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T19:50:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-09-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/01488</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#artikel81ROzaken">Artikel 81 RO-zaken</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:346" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:346, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2013:4327" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2013:4327, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2016/311</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/2556</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 2016/924</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2014">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:2014</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-09-01T16:41:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:2014 Hoge Raad , 02-09-2016 / 15/01488</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:2014:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Bungalowpark van 120 vakantiehuisjes; incasso van parkbijdrage door Vereniging jegens een eigenaar die lidmaatschap heeft opgezegd. Is contractueel beding tot verhuur via een bemiddelingsorganisatie onredelijk bezwarend?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:2014:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>2 september 2016</para>
    <para>Eerste Kamer</para>
    <para>15/01488</para>
    <para>LZ/EE</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De vereniging VERENIGING VAN EIGENAREN VAN HET VILLAPARK LIVINGSTONE, gevestigd te Burgh-Haamstede, gemeente Schouwen-Duiveland,</para>
      <para />
      <para>EISERES tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para />
      <para>advocaten: mr. J.P. van den Berg en           mr. R.W. Keus,</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>		t e g e n</para>
      <para />
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>1. [verweerder 1] ,<?linebreak?></para>
      <para>2. [verweerster 2] ,<?linebreak?>beiden wonende te [woonplaats],</para>
      <para />
      <para>VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidenteel cassatieberoep,</para>
      <para />
      <para>advocaat: mr. H.J.W. Alt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de VvE en [verweerders] </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in feitelijke instanties</title>
    <para>	Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: </para>
    <para>a.	de vonnissen in de zaak 687612 CV EXPL 11-8031 van de kantonrechter in de rechtbank Breda van 28 december 2011, 18 juli 2012 en 29 augustus 2012;</para>
    <para>b.	de arresten in de zaak HD 200.115.672/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 24 september 2013, <?linebreak?>9 december 2014 en 10 maart 2015. </para>
    <para>	De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>	Tegen het arrest van het hof van 9 december 2014 heeft de VvE beroep in cassatie ingesteld. <?linebreak?>[verweerders] hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>	Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep, [verweerders] vorderen tevens wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.</para>
      <para>	De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. </para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt zowel in het principaal als in het incidenteel cassatieberoep tot verwerping.</para>
      <para>	De advocaten van partijen hebben ieder bij brief van 13 mei 2016 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het middel in het principale beroep</title>
    <para>De klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het middel in het incidentele beroep</title>
    <parablock>
      <para>De klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">5.	Beslissing</emphasis>
      </para>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principale beroep:</emphasis>
      </para>
      <para>verwerpt het beroep; </para>
      <para>veroordeelt de VvE in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de VvE deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het incidentele beroep: </emphasis>
      </para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [verweerders] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de VvE begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op <emphasis role="underline">2 september 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>