<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2016:1041</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:08:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/03704</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2016:193" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2016:193, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHDHA:2015:1893" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2015:1893, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2016/30.27</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2016/1179</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2016/304 met annotatie van L.J. Boone</rdf:li>
          <rdf:li>FED 2016/89 met annotatie van G. GROENEWEGEN</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2016/187 met annotatie van S. BOSMA</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2017/0374 met annotatie van Wouter Blokland</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2016/1468 met annotatie van mr. dr. G. Groenewegen</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2016-1352</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2016060305</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:1041">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2016:1041</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-02T11:01:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2016:1041 Hoge Raad , 03-06-2016 / 15/03704</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2016:1041:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 117, 119 en 129 Waterschapswet; art. 16, lid 1, AWR. Heffing watersysteemheffing eigenaren resp. ingezetenen bij afzonderlijke aanslagen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2016:1041:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>3 juni 2016</para>
    <para>nr. 15/03704</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het beroep in cassatie van <emphasis role="underline">[X] </emphasis>te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis> (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof Den Haag</emphasis> van 1 juli 2015, nrs. BK‑15/00147 en BK‑15/00148, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 14/2956 en SGR 14/4447) betreffende aanslagen die de heffingsambtenaar van het Openbaar Lichaam Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (hierna: de heffingsambtenaar) belanghebbende heeft opgelegd met betrekking tot de jaren 2013 en 2014. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Geding in cassatie</title>
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
      <para>Het dagelijks bestuur van het Openbaar Lichaam Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 24 maart 2016 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. </para>
      <para>Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de middelen</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft – voor zover in cassatie aan de orde – belanghebbende de navolgende aanslagen opgelegd:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="7">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <colspec colname="colE" />
          <colspec colname="colF" />
          <colspec colname="colG" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Dag-tekening</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Soort belasting</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Periode</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Heffings-maatstaf</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Tarief</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Bedrag</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>i</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>31 maart 2013</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Watersysteem-heffing ingezetenen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1 januari 2013</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Woonruimte</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 90,40</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 90,40</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>ii</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>31 oktober 2013</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Watersysteem-heffing eigenaren</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1 januari 2013</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>WOZ-waarde € 745.000</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>0,017500%</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 130,38</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>iii</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>31 maart 2014</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Watersysteem-heffing ingezetenen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1 januari 2014</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Woonruimte</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 97,63</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 97,63</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>iv</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>30 april 2014</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Watersysteem-heffing eigenaren</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1 januari 2014</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>WOZ-waarde € 680.000</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>0,02150%</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 146,20</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de hiervoor bij (ii) en (iv) vermelde aanslagen bezwaar gemaakt en, nadat de heffingsambtenaar die bezwaren ongegrond had verklaard, in beroep en in hoger beroep de stelling betrokken dat deze bij (ii) en (iv) vermelde aanslagen – gelet op de hiervoor bij (i) en (iii) genoemde aanslagen – moeten worden beschouwd als navorderingsaanslagen die de heffingsambtenaar heeft opgelegd in verband met een feit dat hem bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn (artikel 16, lid 1, laatste volzin, AWR).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het Hof heeft geoordeeld dat van navorderingsaanslagen geen sprake is. Daartoe heeft het Hof overwogen dat krachtens artikel 117 van de Waterschapswet onder de naam ‘watersysteemheffing’ vier afzonderlijke belastingen kunnen worden geheven, waaronder een belasting die wordt geheven van ingezetenen en een belasting die wordt geheven van degene die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot van een gebouwde onroerende zaak heeft, terwijl degene die, zoals belanghebbende, zowel ingezetene van het desbetreffende waterschap is, als eigenaar van een in het gebied van dat waterschap gelegen woning, deze beide belastingen is verschuldigd.</para>
        <para>Voorts, zo overwoog het Hof, is de heffingsambtenaar niet verplicht de aanslagen in de beide belastingen, die wel worden aangeduid als ‘ingezetenenheffing’ of ‘watersysteemheffing ingezetenen’, respectievelijk ‘watersysteemheffing eigenaren’ of ‘watersysteemheffing gebouwd’ op één aanslagbiljet te verenigen. Indien de heffingsambtenaar ervoor kiest de beide aanslagen na elkaar op te leggen en bekend te maken, maakt dat de laatst bekendgemaakte aanslag geen navorderingsaanslag, aldus het Hof.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het tegen dit oordeel gerichte eerste middel faalt op de gronden, vermeld in de onderdelen 5.12 tot en met 5.18 van de conclusie van de Advocaat-Generaal.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De overige middelen kunnen evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Proceskosten</title>
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para>De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, Th. Groeneveld, J. Wortel en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2016.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>